Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de woning niet kan worden aangemerkt als een bedrijfswoning. De werkzaamheden die X verricht zijn niet van zodanige aard dat deze vanuit de woning moeten worden verricht.

Belanghebbende, X, werkt als manager backoffice, en vanaf 1 juli 2009 als bedrijfsdirecteur voor A bv. In de arbeidsovereenkomst is opgenomen dat A bv een woning aan X ter beschikking stelt en dat X daarvoor maandelijks € 500 aan huur moet betalen. De inspecteur corrigeert de IB-aangifte 2008 van X met € 25.327. Volgens de inspecteur bedraagt de huurwaarde van de woning namelijk € 31.327, en is dit voordeel belast als loon in natura. X stelt dat de woning een bedrijfswoning is. Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de aan X ter beschikking gestelde woning niet kan worden aangemerkt als een dienstwoning. Volgens de rechtbank maakt X namelijk niet aannemelijk dat bewoning van de woning nodig is voor een behoorlijke vervulling van de dienstbetrekking. De rechtbank overweegt daarbij dat de activiteiten van A bv niet in (de nabijheid van) de woning worden uitgevoerd. Het gelijk op dit punt is aan de inspecteur. De rechtbank vermindert de aanslag uiteindelijk nog wel in verband met enkele andere correcties.

Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat de woning niet kan worden aangemerkt als een bedrijfswoning in de zin van art. 33 lid 2 Uitv. reg. LB 2001. Het hof overweegt daarbij dat de werkzaamheden die X als manager backoffice verricht niet van zodanige aard zijn dat deze vanuit de woning moeten worden verricht. X maakt volgens het hof dan ook niet aannemelijk dat er een noodzaak bestaat om haar werkzaamheden vanuit de woning te verrichten. Het gelijk is aan de inspecteur.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011 33

Wet inkomstenbelasting 2001 3.81

Instantie: Hof 's-Hertogenbosch

Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  24
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen