Rechtbank Breda oordeelt dat belanghebbende aan zijn werknemers een aandelenoptierecht heeft verstrekt, waarvan het vervreemdingsvoordeel belast is.

X BV is met 28 werknemers in 1999 overeengekomen dat deze werknemers in de gelegenheid zullen worden gesteld om voor een bepaald percentage te participeren in X BV. In geschil is onder meer of X BV optierechten heeft verstrekt, en of de voordelen van de aandelentransacties tussen X BV en haar werknemers belast loon vormen.

Rechtbank Breda oordeelt dat, nu de aanspraak bestaat uit een recht om aandelen te verwerven, er sprake is van een aan de werknemers verstrekt aandelenoptierecht. Omdat het aandelen betreft in een niet beursgenoteerde vennootschap, moet de waardering van de aanspraak op het moment van verkrijging plaats vinden. De omstandigheid dat er geen optiereglement is en er ook geen uitoefenperiode is afgesproken, leidt niet tot een ander oordeel. Op 31 januari 2000 worden de aandelen om 16.45 uur door de moedervennootschap geleverd aan de werknemers. Vervolgens leveren om 16.50 uur de werknemers diezelfde aandelen weer terug aan de moedervennootschap. De rechtbank merkt dit samenstel van op 31 januari 2000 plaatsgevonden rechtshandelingen aan als een vervreemding van de optierechten door de werknemers. De behaalde vervreemdingswinst is belast.

[Bron Uitspraak]

Instantie: Rechtbank Breda

Rubriek: Loonbelasting

Informatiesoort: VN Vandaag

  9
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen