X treedt in 1992 in dienst bij Blokker B.V. Op 26 april 2021 sluiten partijen een vaststellingsovereenkomst waarbij de arbeidsovereenkomst per 1 september 2021 met wederzijds goedvinden eindigt. X meldt zich op 18 mei 2021 ziek en ontvangt vervolgens een Ziektewet-uitkering van Blokker B.V. als eigenrisicodrager. X doet aangifte IB/PVV 2022 en geeft € 25.520 aan als inkomen uit tegenwoordige dienstbetrekking. De inspecteur merkt het bedrag aan als inkomen uit vroegere dienstbetrekking en past geen arbeidskorting toe. X stelt dat de dienstbetrekking niet is geëindigd op 31 augustus 2021. In geschil is of X over 2022 recht heeft op arbeidskorting.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat X in 2022 geen recht heeft op een arbeidskorting, omdat hij geen dienstbetrekking heeft. De dienstbetrekking is per 1 september 2021 middels de vaststellingsovereenkomst geëindigd. Dat de loonspecificatie een ingangsdatum en contract voor onbepaalde tijd vermeldt, maakt niet dat een lopende dienstbetrekking bestaat. De loonspecificatie vermeldt bovendien de functie "ZW-uitkeringsgerechtigde". Sinds 1 januari 2020 telt een Ziektewet-uitkering zonder dienstbetrekking niet mee als arbeidsinkomen. Het beroep is ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 8.11
Instantie: Rechtbank Gelderland
Rubriek: Inkomstenbelasting, Loonbelasting
Editie: 9 juli
Informatiesoort: VN Vandaag