De heffingsambtenaar legt aan X een naheffingsaanslag parkeerbelasting op. X voert aan dat hij slechts kort heeft geparkeerd omdat zijn kleindochter haar hockeytas was vergeten en zij tijdig bij de training moest zijn. In geschil is of toepassing van de menselijke maat het opleggen van de naheffingsaanslag parkeerbelasting verhindert.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat in dit geval noch de heffingsambtenaar noch de belastingrechter aan het evenredigheidsbeginsel kan toetsen. Daarbij verwijst het hof naar de prejudiciële beslissing van de Hoge Raad van 25 oktober 2024, ECLI:NL:HR:2024:1535, V-N 2024/51.18. De wetgever heeft bij de totstandkoming van de wet onder ogen gezien dat zich gevallen van geringe verwijtbaarheid kunnen voordoen, maar heeft gekozen om de gemeenten ook dan de mogelijkheid te geven tot het in rekening brengen van een vast bedrag. Het hof heeft geen ruimte om op grond van het evenredigheidsbeginsel de kosten, en daarmee de naheffingsaanslag, te verlagen. Het hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 9 juli
Informatiesoort: VN Vandaag