Voor de aan hem ter beschikking gestelde auto van de zaak, die volledig elektrisch is, geeft X in zijn IB-aangifte 2020 een bijtelling van 4% aan. De inspecteur corrigeert de aangifte. Volgens hem bedraagt de bijtelling namelijk 8%. X is het hier niet mee eens. Hij is van mening dat de aanpassing van de bijtellingskorting van 18% naar 14%, op de initiële bijtelling van 22%, een ongeoorloofde inbreuk vormt op art. 1 EP EVRM.
Rechtbank Gelderland oordeelt dat de verlaging van de bijtellingskorting voor het privégebruik van een nulemissieauto per 1 januari 2020 geen ongeoorloofde inbreuk vormt op art. 1 EP EVRM. De rechtbank acht daarbij van belang dat tijdens het wetgevingsproces met ontwikkelingen rekening is gehouden en verwijst daartoe naar een uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 17 maart 2026 (25/2055, ECLI:NL:GHARL:2026:1661, V-N 2026/31.8). Volgens de rechtbank is de wetgever met de gemaakte afweging niet buiten zijn ruime beoordelingsmarge getreden. Ook is geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel, het rechtszekerheidsbeginsel of het discriminatieverbod. Het gelijk is aan de inspecteur.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.80
Wet op de loonbelasting 1964 artikel 13BIS