Om het schema voor inwerkingtreding per 2027 te kunnen halen, moet in mei 2024 worden besloten of het wetsvoorstel box 3 in de huidige vorm klaar is voor de volgende stappen. Anders is inwerkingtreding per 2027 niet meer mogelijk. Dat schrijft staatssecretaris Van Rij van Financiën aan de Tweede Kamer naar aanleiding van de gedane toezeggingen tijdens het Commissiedebat van 18 april 2024.

Het conceptwetsvoorstel moet begin juni 2024 in een ambtelijk voorportaal worden besproken ter voorbereiding van de behandeling in de ministerraad eind juni 2024 voor de adviesaanvraag bij de Raad van State.

De staatssecretaris is van mening dat met het huidige voorstel zoveel mogelijk tegemoet wordt gekomen aan de maatschappelijke en politieke wens om een stelsel van werkelijk rendement in te voeren. Ook met de wetenschap dat het voorstel leidt tot meer complexiteit voor de belastingplichtige en de Belastingdienst, is het voorstel alles afwegende volgens Van Rij de beste optie.

In de brief gaat de staatssecretaris verder in op de volgende onderwerpen:

  • Het onderscheid tussen liquide en niet-liquide beleggingen;

  • de nadelen van een vermogenswinstbelasting;

  • de mogelijkheden voor een betalingsregeling;

  • de vorm van een eventuele vermogensbelasting;

  • de opzet van de onderzoeken voor een overzicht van de facetten van heffing bij vastgoed (verhuur, niet-verhuur, gemengd gebruik);

  • de adviezen van adviesorganen.

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Rubriek: Inkomstenbelasting

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 17 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

Dossiers: Box 3

1566

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen