Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat, alhoewel sprake is van de levering van bouwterreinen ten aanzien van drie percelen, de naheffingsaanslag uiteindelijk slechts in stand blijft voor één perceel. Ten aanzien van de andere twee percelen honoreert het hof namelijk het beroep van X bv op het Vastgoedbesluit.

X bv houdt zich bezig met de aan- en verkoop van onroerende zaken. In 2015 en 2016 levert X bv, samen met haar dga, diens echtgenote en twee andere personen, in totaal zes percelen grond. Op deze percelen bevinden zich nog gedeeltelijk bebouwingen, zoals (nood)woningen, gierkelders, puin en stallen. Ter zake van deze verkopen is geen BTW in rekening gebracht. Naar aanleiding van een boekenonderzoek legt de inspecteur een BTW-naheffingsaanslag op aan X bv. Volgens de inspecteur is ter zake van alle zes leveringen namelijk BTW verschuldigd omdat sprake is van de levering van bouwterreinen. Volgens X bv is over de leveringen geen BTW verschuldigd.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat, alhoewel sprake is van de levering van bouwterreinen ten aanzien van drie percelen, uiteindelijk de naheffingsaanslag slechts in stand blijft voor één perceel. Ten aanzien van de andere twee percelen honoreert het hof namelijk het beroep van X bv op het Vastgoedbesluit (19 september 2013, nr. BLKB2013/1686M). Voor het eerste en derde perceel geldt dat in eerste instantie sprake is van een bouwterrein, door de aanwezigheid ten tijde van de levering op het perceel van alleen nog maar de fundamenten en een gedeelte van een muur van een voorheen aanwezige schuur (perceel 1) en de restanten van de fundamenten van een gierkelder (perceel 3). Maar anders dan bij het tweede perceel, waarbij X bv zich niet alleen heeft verplicht tot overdracht van het perceel, maar ook tot resterende sloopwerkzaamheden voor haar rekening en risico, zodat hiermee rekening moet worden gehouden, is er bij deze percelen gezien het Vastgoedbesluit uiteindelijk geen sprake van een bouwterrein. De leveringen van de drie overige percelen zijn volgens het hof ook niet aan te merken als de levering van een bouwterrein. Er is weliswaar sprake van de levering van onbebouwde gronden, omdat alle daarop nog resterende bebouwing voor rekening en risico van X bv moet worden gesloopt, maar de mandelige weg bij de percelen grond is volgens het hof verhard, en moet dus als bebouwd worden aangemerkt. Het hof overweegt daarbij dat de levering van de onbebouwde gronden met het daarbij behorende aandeel in de mandelige weg de levering van één onroerende zaak betreft, niet zijnde een bouwterrein. Het hof vermindert de naheffingsaanslag tot € 53.003.

Lees ook het thema De levering van een bouwterrein: btw of overdrachtsbelasting?

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 11

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Omzetbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 17 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

599

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen