Hof Amsterdam oordeelt dat de heffingsambtenaar een dwangsom van € 1.442 heeft verbeurd wegens het niet-tijdig doen van uitspraak op bezwaar in een zaak over parkeerbelasting.

Belanghebbende, X, maakt bezwaar tegen een naheffingsaanslag parkeerbelasting. De heffingsambtenaar doet niet tijdig uitspraak op bezwaar. X stelt de heffingsambtenaar in gebreke en gaat vervolgens in beroep. In het beroepschrift klaagt X mede over het niet vaststellen van een dwangsombeschikking. De rechtbank beslist niet op dit verzoek. In hoger beroep is enkel nog in geschil of de heffingsambtenaar een dwangsom heeft verbeurd vanwege het niet-tijdig doen van uitspraak op bezwaar.

Hof Amsterdam stelt vast dat de heffingsambtenaar de ingebrekestelling heeft ontvangen en niet binnen twee weken na ontvangst uitspraak op bezwaar heeft gedaan. De heffingsambtenaar heeft daarom een dwangsom verbeurd van € 1.442. Het hof vernietigt de uitspraak van de rechtbank voor zover daarin niet is beslist over de door de heffingsambtenaar verbeurde dwangsom en stelt vast dat de heffingsambtenaar aan X een dwangsom van € 1.442 heeft verbeurd.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 7:14

Algemene wet bestuursrecht 4:19

Algemene wet bestuursrecht 4:17

Gemeentewet 236

Instantie: Hof Amsterdam

Rubriek: Belastingen van lagere overheden, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 17 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

165

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen