Mevrouw X exploiteert sinds 2005 een juweliersbedrijf. Daarnaast heeft X inkomsten uit dienstbetrekking. X doet geen IB-aangifte over 2009. In geschil is of X vervolgens ambtshalve is aangeslagen en of daarbij terecht een verzuimboete van € 226 is opgelegd. Rechtbank Den Haag oordeelt dat de bewijslast terecht is omgekeerd en verzwaard. De geschatte winst van € 25.000 is voorts redelijk. In 2008 was de omzet namelijk € 55.647 exclusief de contante betalingen. De boete is ook terecht. X gaat in hoger beroep. Hof Den Haag oordeelt dat het aanbod van X op de zitting om opnieuw onderzoek te (laten) doen en het overleggen van een overzicht te laat is gedaan. Bovendien is het aanbod te vaag. X is gedurende de gehele procedure diverse malen uitdrukkelijk gewezen op en in de gelegenheid gesteld te voldoen aan de op haar rustende zware bewijslast. Het beroep van X is ook voor het overige ongegrond.
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
Zowel in aantal als balansomvang flinke daling van belastingontwijkingsvehikels
Het aantal financiële holdings van multinationals is tussen 2017 en 2025 gedaald van ruim 14 duizend organisaties naar nog geen 8 duizend in 2025. Dat meldt De Nederlandsche Bank op haar website.
Kennisgroepstandpunt: Liechtensteinse AG is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
De Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen stelt dat een naar het recht van Liechtenstein opgerichte Aktiengesellschaft (AG) naar aard en inrichting vergelijkbaar is met een Nederlandse NV of BV.
Kennisgroep: Curaçaose BV is vergelijkbaar met Nederlandse NV of BV
Een Curaçaose BV is voor de toepassing van de Wet VPB 1969, de Wet IB 2001, de Wet DB 1965 en de Wet BB 2021 vergelijkbaar met een Nederlandse NV of BV. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep belastingplicht en kwalificatie rechtsvormen.
Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s
De Staatssecretaris van Financiën heeft de Uitvoeringsvoorschriften bronbelasting op interest en royalty’s gepubliceerd. Dit besluit bevat de universele Nederlandse uitvoeringsvoorschriften van het interestartikel en het royaltyartikel in belastingverdragen voor de heffing van de bronbelasting op interest en royalty’s op grond van de Wet bronbelasting 2021. Het is een actualisering van het besluit van 7 december 2021, nr. 2021-21220, V-N 2022/3.10.
FASTER-richtlijn aangenomen door de Raad van de EU
Op 10 december 2024 heeft de Raad van de EU de FASTER-richtlijn (V-N 2023/31.10) aangenomen. De volgende stap is dat de tekst in het Publicatieblad van de EU wordt bekendgemaakt. De lidstaten moeten de richtlijn uiterlijk op 31 december 2028 in nationale wetgeving omzetten. De voorschriften zijn vanaf 1 januari 2030 van toepassing.