Advocaat-generaal Wattel concludeert dat Giesen over de periode vóór 1 januari 1989 AOW-verzekerd is. De A-G geeft daarbij voorkeur aan de tekstuele uitleg van de wet boven de bedoeling van de wetgever.

Mevrouw Franzen heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in Nederland. Sinds november 2002 werkt zij, via een zogenoemde ‘mini-job’, als kapster in Duitsland. Omdat er sprake is van een mini-job, heeft Franzen geen recht op het Duitse Kindergeld. Volgens de Svb is Franzen alleen in Duitsland verzekerd, en heeft zij geen recht op kinderbijslag. Hetzelfde geldt voor mevrouw Giesen en de heer Van den Berg. Doordat zij in mini-jobs in Duitsland hebben gewerkt, worden zij geconfronteerd met kortingen op hun AOW-uitkeringen. De Svb gaat in cassatie. De Hoge Raad stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU. Het Hof van Justitie EU oordeelt dat het niet in strijd met het EU-recht is dat migrerende werknemers met een mini-job in Duitsland, die in Nederland wonen, in Nederland niet zijn verzekerd voor de volksverzekeringen. Niet van belang daarbij is dat deze werknemers in Duitsland aan de socialezekerheidswetgeving zijn onderworpen en daar niet in aanmerking komen voor een ouderdomspensioen of kinderbijslag. Het is volgens het Hof van Justitie EU echter in strijd met het EU-recht dat Nederland het recht op AOW voor migrerende werknemers afhankelijk stelt van een verzekeringsplicht en daarmee van verplichte premiebetaling.

In zijn conclusie merkt Advocaat-generaal Wattel op dat het eerste antwoord van het HvJ EU duidelijk is: Franzen, Giesen en Van den Berg hebben geen recht op Nederlandse sociale zekerheid voor de ná 1988 in Duitsland gewerkte perioden. Het antwoord op de vraag of Giesen over de periode vóór 1 januari 1989 AOW-verzekerd kon zijn ongeacht premiebetaling, is moeilijker. Volgens de A-G valt namelijk niet meteen in te zien waarom Nederland zonder premieontvangsten en ondanks betaalde arbeid de AOW-opbouw moet financieren die Duitsland niet financiert. Uiteindelijk geeft de A-G toch de voorkeur aan de tekstuele uitleg van de wet boven de bedoeling van de wetgever, zodat Giesen vóór 1 januari 1989 AOW-verzekerd is. De A-G adviseert de Hoge Raad om het beroep in cassatie van de Svb op dat punt ongegrond te verklaren.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie 48

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie 45

Instantie: Hoge Raad (Advocaat-Generaal)

Rubriek: Internationale sociale zekerheid, Premieheffing

Editie: 2 december

Informatiesoort: VN Vandaag

  450
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen