Rechtbank Gelderland oordeelt dat X recht heeft op een proceskostenvergoeding. Er is weliswaar sprake van een aan de SVB te wijten onjuistheid, maar deze komt door de toepassing van art. 7:15 lid 2 Awb voor risico van de inspecteur.

X geniet vanaf 1 december 2015 loon van zijn Liechtensteinse werkgever. Begin 2016 verzoekt X de SVB om het Liechtensteinse sociale verzekeringsrecht op hem van toepassing te verklaren. De SVB verklaart het Nederlandse sociale verzekeringsrecht op X van toepassing. X is het hier niet mee eens en maakt bezwaar. Ook maakt hij bezwaar tegen de IB-aanslag, omdat de inspecteur bij het vaststellen van de aanslag is uitgegaan van premieplicht gedurende het gehele jaar 2015. Nadat de SVB het bezwaar van X honoreert, stelt de inspecteur X ook in het gelijk. De inspecteur kent echter geen proceskostenvergoeding toe aan X, omdat hij gebonden was aan de beslissing van de SVB. Verder wijst hij er op dat X al een vergoeding van de SVB heeft gekregen voor zijn bezwaar tegen de beslissing van de SVB.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat X recht heeft op een proceskostenvergoeding. De rechtbank wijst daarbij op de jurisprudentie van de Hoge Raad. Daaruit volgt dat weliswaar sprake is van een aan de SVB te wijten onjuistheid, maar dat deze door de toepassing van art. 7:15 lid 2 Awb voor risico van de inspecteur komt. Dat de inspecteur de beslissing van de SVB moest volgen is daarbij niet van belang. Dat geldt ook voor het feit dat X al een vergoeding van de SVB heeft ontvangen. Er is sprake van twee verschillende procedures. Het gelijk is aan X.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 7:15

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting

Instantie: Rechtbank Gelderland

Editie: 23 mei

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen