X bv exploiteert een groot aantal panden. In de panden bevinden zich in totaal 39 ruimten, die worden gebruikt door raamprostituees. X bv verhuurt de werkruimten tegen prijzen van € 105 tot € 140 voor korte perioden, namelijk van 8.00 uur tot 18.30 uur (de ‘dagshift') of van 19.00 tot 6.00 uur (de ‘avond/nachtshift'). X bv verzorgt de schoonmaak van de ruimten en stelt voorwaarden aan het gebruik vanwege de gemeentelijke vergunning om de raambordelen te mogen exploiteren. In geschil is primair of sprake is van verhuur van onroerende zaken, zoals X bv stelt, of dat sprake is van het geven van gelegenheid tot prostitutie. Rechtbank Haarlem stelt de inspecteur in het gelijk. X bv gaat in hoger beroep. Hof Amsterdam oordeelt dat de aard en de omvang van de bijkomende activiteiten niet meebrengen dat de door X bv verrichte dienst anders moet worden gekarakteriseerd dan verhuur. Voor zover de vergunning eisen stelt aan de hoedanigheid van de prostituees en de zorg van X bv voor de handhaving van de wet en de openbare orde hebben zij geen invloed op de aard van de prestatie. De inspecteur beroept zich vanwege het sterk feitelijke karakter vergeefs op twee andere uitspraken van het hof. Het beroep van X bv is gegrond.
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
Follow the Money: botoxklinieken dragen ten onrechte geen btw af
In Nederland geldt een belastingtarief van 21 procent voor cosmetische ingrepen. Veel klinieken beroepen zich vaak op een medische noodzaak voor de ingreep waardoor de btw ontweken kan worden. Follow the Money (FTM) onderzocht facturen van 14 klinieken en ontdekte dat er doorgaans geen btw werd verrekend, ook niet bij behandelingen die zijn uitgevoerd om puur cosmetische redenen, en dus belast met btw zouden moeten zijn.
Spiegelbeeld of lachspiegel?
Afgelopen voorjaar heeft de Staatssecretaris van Financiën met toepassing van de hardheidsclausule kwijtschelding verleend van overdrachtsbelasting over de verkrijging van de economische eigendom van een bouwterrein (zie V-N 2026/23.14). Deze verkrijging werd enkele maanden later gevolgd door de juridische levering, die aan BTW was onderworpen. Volgens de staatssecretaris was de samenloopvrijstelling niet van toepassing op ‘de econoom’, omdat op het tijdstip van de verkrijging geen sprake was van samenloop van overdrachtsbelasting en BTW.