Een resultaat dat is behaald met een valutatermijncontract mag in de geschetste situatie niet worden geactiveerd als onderdeel van de kostprijs van de deelneming. Dit staat in een standpunt van de Kennisgroep deelnemingsvrijstelling. Verder is het valutaresultaat dat is behaald met de valutatermijncontracten niet aan te merken als verwervingskosten in de zin van art. 13 lid 1 Wet VPB 1969.

Een belastingplichtige heeft een aandelenbelang in een vreemde-valuta-deelneming en berekent haar belastbare winst in een andere munteenheid dan de betreffende vreemde valuta. Op enig moment besluit belastingplichtige het aandelenbelang in haar deelneming uit te breiden en een aandelenbelang bij te kopen. Belastingplichtige sluit een koopovereenkomst af onder opschortende voorwaarden die afhankelijk zijn van buiten haar macht gelegen toekomstige gebeurtenissen. Op de voorwaardelijke betaalverplichting in vreemde valuta die hieruit voortvloeit loopt belastingplichtige een valutarisico. Er zijn door belastingplichtige verschillende valutatermijncontracten afgesloten. Belastingplichtige behaalt op deze valutatermijncontracten een valutaresultaat. Er is geen beroep gedaan op de goedkeuring in onderdeel 1.7.4 van het besluit deelnemingsvrijstelling, V-N 2020/17.9. In deze casus komt voor de fiscale winstbepaling aan de valutatermijntransacties zelfstandige betekenis toe en vormen de valutatermijncontracten een zelfstandige bron van winst of verlies.

Wetsartikelen:

Wet op de vennootschapsbelasting 1969 13

[Nieuwsbron]

Rubriek: Vennootschapsbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 7 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

444

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen