Hof Den Haag beslist dat de aan X bv opgelegde naheffingsaanslagen loonheffingen wegens de correctie fictief loon van haar dga/enig werknemer terecht zijn. Diens werkzaamheden kunnen niet worden vergeleken met die van een managementassistent vanwege de grotere verantwoordelijkheid.

Belanghebbende, X bv, stelt haar dga/enig werknemer E ter beschikking aan een werkmaatschappij. Dat is een koeriersbedrijf, waar E de dagelijkse administratie en koeriers- en postservicediensten verricht. E voert daar samen met H de directie. Binnen X bv verricht E werkzaamheden ten behoeve van een luchtbrug voor in het buitenland uit te voeren medische behandelingen. Naar aanleiding van de uitkomsten van een bij X bv ingesteld boekenonderzoek legt de inspecteur X bv naheffingsaanslagen loonheffingen op. Daarbij is het door E genoten gebruikelijk loon voor de jaren 2014 en 2015 vastgesteld op € 44.000. Volgens X bv moet een lager loon worden vastgesteld omdat de werkzaamheden van E vergelijkbaar zijn met die van een in deeltijd werkende managementassistent.

Volgens Hof Den Haag maakt X niet aannemelijk dat bij soortgelijke dienstbetrekkingen waarbij een aanmerkelijk belang geen rol speelt, in het economische verkeer een lager loon gebruikelijk is. De werkzaamheden kunnen niet worden vergeleken met die van een managementassistent vanwege onder meer de grotere verantwoordelijkheid. Het resultaat van de werkmaatschappij en daarmee dat van X bv is in niet onbetekenende mate afhankelijk van de bijdrage van H. De afroommethode kan dan niet worden toegepast. Het hoger beroep van X bv is ongegrond.

Lees ook het thema Gebruikelijk loon

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de loonbelasting 1964 12a

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting, Loonbelasting

Instantie: Hof Den Haag

Editie: 28 oktober

5

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen