Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat aan alle voorwaarden van het pensioenartikel uit het Belastingverdrag NL - België is voldaan en dat de heffing over het pensioen dus (ook) aan Nederland is toegewezen.

Belanghebbende, X, heeft de Nederlandse nationaliteit en woont in België. Hij is 100% aandeelhouder van pensioen-bv Y. Y bv is in Nederland gevestigd. X is in 1993 een ouderdoms- en overbruggingspensioen overeengekomen met zijn toenmalig werkgeefster Praktijk bv. Y bv keert het pensioen uit. De pensioenregeling is niet aangepast aan het Witteveenkader. Ook ontbreekt in de pensioenbrief een clausule als voorgeschreven in artikel 18, lid 1, onderdeel b, van de Wet LB. Hierdoor had heffing op basis van art. 19b, lid 1, onderdeel a Wet LB 1964 moeten plaatsvinden, maar dit is niet gebeurd. In zijn IB-aangiften geeft X het pensioen in Nederland aan en vraagt voor een gelijk bedrag aftrek elders belast. De inspecteur volgt de aangiften en legt nihil aanslagen op. Nadat hij informatie uit België ontvangt, waaruit volgens de inspecteur blijkt dat het pensioen ook in Nederland belastbaar is, legt de inspecteur IB-navorderingsaanslagen op aan X met boetes. X is het hier niet mee eens.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat aan alle voorwaarden van het pensioenartikel uit het Belastingverdrag NL - België (art. 18) is voldaan en dat de heffing over het pensioen dus (ook) aan Nederland is toegewezen. De rechtbank stelt daarbij onder andere vast dat het pensioen afkomstig is uit Nederland, dat de aanspraak op het pensioen in Nederland in aanmerking is gekomen voor fiscale faciliëring en dat het jaarlijkse brutobedrag van het pensioen hoger is dan € 25.000. Omdat de inspecteur volgens de rechtbank ook over een nieuw feit beschikt, handhaaft de rechtbank de navorderingsaanslagen. Daarnaast acht de rechtbank de boetes van 25%, conform de uitspraak van bezwaar passend en geboden, onder andere vanwege het feit dat X zich vanuit zijn beroep als jurist destijds en in de loop der jaren uitvoerig verdiept heeft in de onderhavige materie. De boetes worden nog wel verlaagd met 5% vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen 18

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Inkomstenbelasting, Internationaal belastingrecht, Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 1 mei

Informatiesoort: VN Vandaag

  501
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen