Belanghebbende, X, woont in 2018 in België. In hetzelfde jaar is ten behoeve van X een Belgische schuldsaneringsregeling van toepassing, de zogenoemde minnelijke aanzuiveringsregeling. De Nederlandse belastinginspecteur legt een ambtshalve aanslag IB/PVV 2018 op naar aanleiding van twee privaatrechtelijke dienstbetrekkingen van X in Nederland. In geschil is de vraag of de minnelijke aanzuiveringsregeling het vaststellen van de aanslag IB/PVV 2018 verhindert.
Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat de inspecteur de aanslag IB/PVV 2018 terecht en niet tot een te hoog bedrag heeft vastgesteld. Naar Nederlands recht is er geen wettelijke basis voor de conclusie dat de aanslag ten onrechte zou zijn opgelegd, omdat X onder een buitenlandse schuldsaneringsregeling valt. De verzuimboete kan niet in stand blijven omdat de inspecteur niet aannemelijk maakt dat X is uitgenodigd tot het doen van aangifte. Het beroep van X ten aanzien van de aanslag is ongegrond en het beroep met betrekking tot de verzuimboete is gegrond.
Wetsartikelen:
Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst 2015-2 21
Algemene wet inzake rijksbelastingen 9
Algemene wet inzake rijksbelastingen 67a
Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 21 september
Informatiesoort: VN Vandaag