Hof Arnhem-Leeuwarden overweegt dat het opnemen van de keukeninrichting in de jaarstukken aantoont dat het goed is geleverd aan X bv. X bv is BTW verschuldigd over de verkoop van keukeninrichting aan Y bv. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

X bv exploiteert een hotel met in hetzelfde pand een restaurant. Het restaurant wordt geëxploiteerd door Y bv. De twee ondernemingen zijn strikt van elkaar gescheiden. X bv ontvangt in 2012 drie facturen voor de levering en montage van een keukeninrichting. X bv activeert de keukeninrichting op haar balans en brengt de voorbelasting in aftrek. In 2014 worden de keukeninrichting en de samenhangende lening gedeactiveerd van de balans van X bv en op de balans van Y bv opgenomen. In 2018 vindt een boekenonderzoek plaats en legt de inspecteur een naheffingsaanslag BTW op. In geschil is of en tot welk bedrag X bv BTW is verschuldigd over de levering van de keukeninrichting aan Y bv.

Hof Arnhem-Leeuwarden (V-N 2022/24.1.3) overweegt dat het opnemen van de keukeninrichting in de jaarstukken aantoont dat het goed is geleverd aan X bv. X bv is BTW verschuldigd over de verkoop van keukeninrichting aan Y bv. Dat de keukeninrichting volgens X bv direct aan Y bv is geleverd, maar aan haar is gefactureerd vanwege subsidieredenen doet daar niet aan af. Ook de stelling van X bv dat de keuken door montage onroerend zou zijn geworden, is onvoldoende aannemelijk gemaakt. Ook maakt X bv onvoldoende aannemelijk dat de BTW niet op Y bv kan worden verhaald. Het hoger beroep is ongegrond. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 15

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 28 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

464

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen