De inspecteur wijst de verzoeken van Stichting X om teruggaaf van omzetbelasting over de vier kwartalen van 2023 af. In het kader van het hoger beroep dient de inspecteur een geheimhoudingsverzoek in op grond van art. 8:29 Awb. Het verzoek betreft zwartgelakte delen van twee overzichten uit de OZB-administratie. Het eerste overzicht bevat adressen, bestemmingen, namen van eigenaren en gebruikers van niet-woningen. Het tweede overzicht vermeldt per (rechts)persoon aantallen onroerende zaken waarvoor wel en niet recht op aftrek van voorbelasting bestaat. De inspecteur beroept zich op de privacy van de genoemde (rechts)personen en verwijst naar een verzoek van de gemeente op grond van de AVG. In geschil is of het verzoek om geheimhouding van zwartgelakte gegevens in overzichten van niet-woningen op grond van art. 8:29 Awb gerechtvaardigd is.
Hof Den Haag oordeelt dat de AVG geen algemene rechtvaardigingsgrond voor geheimhouding oplevert. De inspecteur is op grond van art. 8:42 lid 1 Awb wettelijk verplicht stukken aan de rechter toe te zenden; die verwerking is rechtmatig op grond van art. 6 lid 1 aanhef en letter c AVG. De AVG heeft bovendien geen betrekking op de verwerking van gegevens over rechtspersonen. De inspecteur beroept zich wel terecht op de privacy van de genoemde (rechts)personen. De vermelding van namen, adressen en bedrijfsactiviteiten en de koppeling daarvan aan de fiscale positie voor de omzetbelasting raakt aan de persoonlijke levenssfeer of bedrijfsvertrouwelijke sfeer. Het verzoek om geheimhouding is gerechtvaardigd nu de zwartgelakte onderdelen niet van belang zijn voor de behandeling in hoger beroep.
Wetingang:
Algemene wet bestuursrecht artikel 8.29
Instantie: Hof Den Haag
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 26 oktober
Informatiesoort: VN Vandaag