De begunstigden van de Oostenrijkse P Privatstiftung wonen in Zwitserland. In 2014 doet P schenkingen aan haar begunstigden in Zwitserland en brengt deze in mindering op de heffingsgrondslag voor de Oostenrijkse vennootschapsbelasting. De Oostenrijkse Belastingdienst accepteert de aftrek niet omdat de schenkingen zijn gedaan aan begunstigden die in Oostenrijk niet aan de inkomstenbelasting en dus ook niet aan de belasting op kapitaalopbrengsten zijn onderworpen. De Oostenrijkse rechter stelt een prejudiciële vraag in deze zaak.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat het niet in strijd met het EU-recht is dat P de schenkingen aan haar in Zwitserland wonende begunstigden niet in mindering mag brengen op de heffingsgrondslag voor de Oostenrijkse vennootschapsbelasting. Deze begunstigden zijn namelijk niet onderworpen aan de Oostenrijkse belasting op kapitaalopbrengsten. De beperking van het vrije verkeer van kapitaal is volgens de A-G geoorloofd omdat de onder de belastingregeling vallende Privatstiftungen zich in verschillende situaties bevinden. Van belang is namelijk of schenkingen worden gedaan aan binnenlandse, aan de belasting op kapitaalopbrengsten onderworpen begunstigden dan wel aan in het buitenland gevestigde begunstigden. Het tussen Oostenrijk en Zwitserland gesloten verdrag ter voorkoming van dubbele belasting doet hier volgens de A-G niet aan af.
Wetingang:
Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie artikel 63
Instantie: Hof van Justitie van de Europese Unie
Rubriek: Europees belastingrecht
Editie: 15 september
Informatiesoort: VN Vandaag