Rechtbank Den Haag oordeelt dat het op de weg van X ligt haar situatie aan de inspecteur uit te leggen en te vragen om (nader) uitstel voor het doen van de aangiften. Het beroep 2016 is ongegrond.

X laat na ontvangst van een herinnering en een aanmaning de aangiftetermijn voor 2016, 2017 en 2018 verstrijken. Daarna dient X de aangiften IB/PVV in. De inspecteur legt op basis daarvan aanslagen op met verzuimboeten. De inspecteur matigt in bezwaar de verzuimboeten 2017 en 2018 die zijn opgelegd wegens stelselmatig verzuim. X komt in beroep tegen de verzuimboeten en tegen de niet-ontvankelijkverklaring door de inspecteur van het bezwaar 2016.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat het op de weg van X ligt haar situatie aan de inspecteur uit te leggen en te vragen om (nader) uitstel voor het doen van de aangiften. Het beroep 2016 is ongegrond. De rechtbank oordeelt dat geen sprake is van stelselmatig verzuim en matigt de verzuimboeten 2017 en 2018. De rechtbank matigt ambtshalve de verzuimboeten verder met 15% wegens overschrijding van de redelijke behandeltermijn met één jaar, conform de uitgangspunten van Hof Amsterdam. Het beroep 2017 en 2018 is gegrond.

Lees ook het thema Verzuim- en vergrijpboetes: Een kwestie van verschil.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:73

Algemene wet inzake rijksbelastingen 9

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67a

Instantie: Rechtbank Den Haag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 13 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

396

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen