De strengere eisen die gesteld worden aan de toegang tot het UBO-register wil het kabinet regelen in een spoedwet die rond de zomer bij de Tweede Kamer wordt ingediend. Dat antwoordt minister Kaag van Financiën op vragen van de vaste commissie voor Financiën over de analyse en opvolging van de uitspraak van het Hof van Justitie EU inzake het UBO-register.

Op 27 september 2020 is het UBO-register van kracht geworden door implementatie van de vijfde anti-witwasrichtlijn (AMLD5). Als gevolg van de uitspraak van het Hof van Justitie EU van 22 november 2022, nr. C-37/20 en C-601/20, V-N 2022/53.20, is de informatie in het UBO-register niet langer openbaar.

Bevoegde autoriteiten hebben alweer toegang tot het UBO-register, voor andere partijen is dit complexer. Dit geldt met name voor Wwft-instellingen, waarbij private tussenpersonen of softwareleveranciers betrokken waren. De vraag is of en wanneer deze partijen na de uitspraak van het Hof nog een rol kunnen spelen bij de toegang tot UBO-informatie voor Wwft-instellingen.

Door de uitspraak van het Hof moeten zowel de pers als non-gouvernementele organisaties een legitiem belang hebben om informatie over eigenaarschap in te zien in het UBO-register. Op dit moment wordt het begrip legitiem belang uitgewerkt, waarbij niet is uitgesloten dat de uitwerking in lagere regelgeving plaatsvindt, gezien het detailniveau.

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Regelgevende instantie: Ministerie van Financiën

Editie: 21 april

37

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen