Hof Amsterdam oordeelt dat de gemeente een aanslag rioolheffing mag opleggen voor de garagebox. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

X is eigenaar en gebruiker van een garagebox die is gelegen in een rij van boxen. In geschil is of de heffingsambtenaar X voor deze garagebox terecht in de heffing van rioolheffing heeft betrokken.

Hof Amsterdam (V-N 2022/50.1.4) oordeelt dat de gemeente een aanslag rioolheffing mag opleggen voor X' garagebox. Uit fotomateriaal blijkt dat hemelwater vanaf het dak van de box wordt afgevoerd op de gemeentelijke riolering. Er is sprake van indirecte lozing op het gemeentelijke riool. Nu X eigenaar is van de box, is hij belastingplichtig voor de rioolheffing. Het hof vat X' stelling dat de gemeente winst maakt met de rioolheffing op als een beroep op overschrijding van de opbrengstlimiet. Het hof oordeelt dat hiervan geen sprake is, nu de heffingsambtenaar voldoende inzicht heeft gegeven in de kostendekkendheid. X heeft onvoldoende twijfel gezaaid. Ook betekent het feit dat X tevens een aanslag watersysteemheffing heeft gekregen, niet dat sprake is van dubbele heffing voor hetzelfde feit. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie zonder nadere motivering ongegrond (art. 81 lid 1 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Gemeentewet 228a

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

Editie: 15 november

Informatiesoort: VN Vandaag

169

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen