Hof Amsterdam oordeelt dat de verhuur van onbemande elektrische sloepen aangemerkt kan worden als een vermakelijkheid in de zin van de Verordening op de vermakelijkheidsretributie te water 2005. X is als verhuurder van de sloepen belastingplichtig. De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

Belanghebbende, X, verhuurt online elektrische sloepen in de gemeente Amsterdam. In geschil is of zij voor deze activiteiten vermakelijkheidsretributie is verschuldigd aan de gemeente Amsterdam.

Hof Amsterdam (MK II, 3 oktober 2017, 16/00589 en 16/00590, V-N Vandaag 2017/2391) oordeelt dat de verhuur van onbemande elektrische sloepen aangemerkt kan worden als een vermakelijkheid in de zin van de Verordening op de vermakelijkheidsretributie te water 2005. Hieraan doet niet af dat de huurders zelf hun vaarroute mogen bepalen en ervoor kunnen kiezen om deels ook buiten Amsterdamse wateren te varen. Als verhuurder van de sloepen is X degene die de vermakelijkheid verschaft en moet zij als belastingplichtig voor de vermakelijkheidsretributie worden aangemerkt. Dat de sloepen onbemand worden verhuurd en dat de bedrijfsuitoefening van X niet aangemerkt kan worden als ‘rondvaart’ in de zin van de verordening, is niet relevant. Het hof acht aannemelijk dat X in staat is vast te stellen hoeveel passagiers gemiddeld per boeking op een sloep aanwezig zijn. Het hof verklaart het hoger beroep van X ongegrond.

De Hoge Raad oordeelt dat de middelen of klachten niet tot cassatie kunnen leiden (art. 81 Wet RO).

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Gemeentewet 229 lid1-c

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Belastingen van lagere overheden

Instantie: Hoge Raad

Editie: 30 april

4

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen