Het Gerecht verklaart het EC-besluit inzake Italiaanse havenautoriteiten nietig voor zover daarbij de verlening van vergunningen voor havenactiviteiten als economische activiteit wordt aangemerkt. De EC toont niet aan dat deze activiteit een economische activiteit vormt.

Naar aanleiding van een onderzoek naar de VPB-heffing van havens in Europa en andere mogelijke vormen van steun voor verschillende soorten investeringen in verband met havens of de exploitatie van havens, stelt de Europese Commissie vast dat de Italiaanse VPB-vrijstelling voor havenautoriteiten in strijd is met het EU-recht. Autorità di sistema portuale del Mar Ligure occidentale (de havenautoriteit voor het westelijk deel van de Ligurische Zee) is het hier niet mee eens, evenals diverse andere partijen. Zij verzoeken dan ook om vernietiging van het EC-besluit. Zij stellen onder andere dat zij beheersorganen van het collectieve domein zijn en dat zij uitsluitend overheidsactiviteiten en dus niet-economische activiteiten uitoefenen. Het Gerecht verklaart het EC-besluit inzake Italiaanse havenautoriteiten nietig voor zover daarbij de verlening van vergunningen voor havenactiviteiten als economische activiteit wordt aangemerkt. De EC toont niet aan dat deze activiteit een economische activiteit vormt. Het Gerecht merkt daarbij op dat de EC in het besluit niet aantoont dat de vergoedingen een tegenprestatie vormen voor een dienst van economische aard. Het betoog dat deze vergoedingen moeten worden beschouwd als een aan de staat verschuldigde belasting kan dan niet worden afgewezen. Een en ander geldt niet voor de verlening van toegang tot de havens en de verlening van concessies voor gebieden in staatseigendom en dokken.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie 107

Rubriek: Europees belastingrecht, Vennootschapsbelasting

Editie: 28 december

Informatiesoort: VN Vandaag

Instantie: Gerecht van de Europese Unie

65

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen