Minister Adriaansens van Economische Zaken en Klimaat heeft Kamervragen over de integrale voortgangsrapportage coronasteunpakket beantwoord.

Op vragen over de vaststelling en het beleid voor de terugbetaling van de NOW, de TVL en de fiscale steun antwoordt de minister dat het UWV, de RVO en de Belastingdienst zoveel mogelijk coulant zullen zijn en maatwerk zullen leveren voor de vaststelling en terugbetaling van subsidies en belastingen, tenzij sprake is van misbruik of oneigenlijk gebruik. Als belastingplichtigen de belastingschuld vanwege corona niet binnen vijf jaar kunnen terugbetalen kunnen zij een gemotiveerd verzoek tot verlenging van de betalingsregeling naar zeven jaar indienen. Hiervoor is tot een belastingschuld van € 50.000 een liquiditeitsprognose vereist, die de belastingplichtige zelf, dus niet per se met tussenkomst van een derde, kan opstellen. Vanaf een belastingschuld van € 50.000 is wel een derde nodig, omdat jaarstukken en een derdenverklaring moeten worden overgelegd. Verder benadrukt de minister dat de invorderingsrente stapsgewijze wordt verhoogd naar het reguliere invorderingstarief van 4% per 1 januari 2024.

Tot slot merkt de minister bij vragen over de jurisprudentie van het CBB en de doorwerking daarvan in het huidige beleid en lopende procedures op dat ondernemers in 10% van de afgeronde procedures bij het CBB in het gelijk zijn gesteld. Het gaat dan om uitspraken over ‘de hoofdactiviteit van de ondernemer’ en ‘de referentieperiode’, omdat deze onderwerpen de hoogte van de subsidie beïnvloeden. Deze jurisprudentie van het CBB werkt door in het beleid en de lopende procedures.

[Nieuwsbron] [Nieuwsbron]

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Invordering, Belastingrecht algemeen

Dossiers: Corona

Regelgevende instantie: Ministerie van Economische Zaken en Klimaat

Editie: 2 maart

15

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen