Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de waarde van het recht van erfpacht op het landgoed correct is vastgesteld.

X is enig erfgenaam van zijn overleden vader, die een landgoed in erfpacht had met opstallen in volle eigendom. De aanslag erfbelasting is opgelegd met een belaste verkrijging van € 2.239.925, waarbij de waarde van het recht van erfpacht op het perceel als bezitting is meegenomen. X betwist de hoogte van het door de inspecteur gehanteerde canonpercentage voor de berekening van de waarde van het recht van erfpacht. Rechtbank Gelderland heeft de aanslag verminderd naar een belaste verkrijging van € 1.846.826, uitgaande van een samengesteld canonpercentage van 2,74. X stelt dat een lager canonpercentage van toepassing zou moeten zijn.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de waarde van het recht van erfpacht op het landgoed correct is vastgesteld. De inspecteur is geslaagd in de op hem rustende bewijslast dat het samengestelde canonpercentage van 2,74 niet te hoog is. Het hof neemt in overweging dat de waardering van een recht van erfpacht geen exacte wetenschap is en afhankelijk is van transactiegegevens van vergelijkbare referentieobjecten. De inspecteur heeft zijn berekening onderbouwd met referentietransacties en heeft rekening gehouden met de door X aangevoerde omstandigheden. Het hof wijst het verzoek van X om getuigen te horen af omdat de schriftelijke verklaringen van de getuigen al tot de gedingstukken behoren. Het hoger beroep van X is ongegrond en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Successiewet 1956 21

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Schenk- en erfbelasting

Editie: 22 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

202

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen