Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat een economische activiteit is verricht waardoor hij geen recht heeft op teruggave van voorbelasting.

X koopt in 2018 een oude legerauto. Zijn intentie is om zitplaatsen te verhuren aan deelnemers van internationale airsoft en paintball evenementen. Vanaf april 2019 staat hij bij de Kamer van Koophandel als ondernemer ingeschreven. Vanwege de coronapandemie zijn alle evenementen in 2020 geannuleerd en behaalt X geen omzet. In 2021 verkoopt X de auto en staakt de activiteiten. In geschil is of de inspecteur de afgetrokken voorbelasting terecht heeft nageheven.

Rechtbank Zeeland-West-Brabant oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat hij een economische activiteit verricht. Er zijn namelijk geen overeenkomsten gesloten die deelnemers of organistoren van evenementen verplichten om tegen betaling een zitplaats in de auto te huren. Hierdoor is geen sprake van ondernemerschap voor de omzetbelasting en heeft X geen recht op teruggave van voorbelasting. De verzuimboeten zijn ook passend en geboden. De beroepen van X zijn ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet inzake rijksbelastingen 67c

Wet op de omzetbelasting 1968 7

Instantie: Rechtbank Zeeland-West-Brabant

Rubriek: Omzetbelasting

Editie: 22 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

320

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen