De Kennisgroep loonheffingen algemeen stelt dat een werknemer die drie maanden lang elke dag tussen de camping en kantoor reist, in aanmerking kan komen voor de gericht vrijgestelde kilometervergoeding.  

X verblijft twee maanden lang elk weekend op de camping en reist maandag van camping naar kantoor en vrijdag van kantoor naar camping. Y verblijft drie maanden lang elke dag op de camping en reist deze periode dagelijks van camping naar kantoor en vice versa. X heeft volgens de kennisgroep geen recht op de gerichte vrijstelling van kilometervergoeding omdat maandagmiddag t/m vrijdagochtend sprake is van woon-werkverkeer. Y heeft volgens de kennisgroep wel recht op de gerichte vrijstelling van kilometervergoeding indien de camping kwalificeert als verblijfplaats en aan de redelijkheidseis wordt voldaan. De verblijfplaats moet beoordeeld worden naar feitelijk omstandigheden. Er moet sprake zijn van enige duurzaamheid. Deze duurzaamheid ontbreekt volgens de kennisgroep wanneer iemand tijdelijk in de weekenden op de camping verblijft. Of wordt voldaan aan de redelijkheidstoets is ter beoordeling van de inspecteur. Verder stelt de kennisgroep zich op het standpunt dat er alleen sprake is van woon-werkverkeer als het heen- en terugreizen tussen de woning of verblijfplaats en kantoor binnen een tijdsbestek van 24 uur plaatsvindt.

Wetsartikelen:

Wet op de loonbelasting 1964 31a

[Nieuwsbron]

Rubriek: Loonbelasting

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 22 februari

Informatiesoort: VN Vandaag

441

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen