X exploiteert in 2012 een eenmanszaak. De inspecteur legt de aanslag IB/PVV 2012 op naar een verzamelinkomen van € 110.723. Bij de aanslag IB/PVV 2015 stelt de inspecteur een verlies van € 27.422 vast en verrekent dit met de aanslag 2012, die hij met € 14.259 vermindert. Na een boekenonderzoek bereiken X en de inspecteur een compromis over 2015 waarbij het verzamelinkomen op € 63.431 (positief) uitkomt en het verlies op nihil. De inspecteur herziet de verliesbeschikking en legt op 17 december 2019 een navorderingsaanslag IB/PVV 2012 op naar € 110.723 zonder verliesverrekening. In geschil is of de inspecteur de navorderingsaanslag IB/PVV 2012 binnen de wettelijke termijn kan opleggen.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de inspecteur de navorderingsaanslag IB/PVV 2012 terecht en tot het juiste bedrag oplegt. Art. 16 lid 6 AWR biedt een uitzondering op de reguliere vijfjaarstermijn wanneer de inspecteur een verlies uit een later jaar ten onrechte verrekent met inkomen uit een eerder jaar. De inspecteur mag dan navorderen zolang hij ook voor het verliesjaar kan navorderen. Aangezien de navorderingsbevoegdheid voor 2015 op 31 december 2020 vervalt, legt de inspecteur de navorderingsaanslag 2012 op 17 december 2019 tijdig op. X maakt geen feiten aannemelijk die tot een ander oordeel leiden. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.154
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.152
Algemene wet inzake rijksbelastingen artikel 16
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Inkomstenbelasting
Editie: 14 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag