X verricht in de jaren 2018 tot en met 2021 werkzaamheden voor X VOF en ontvangt daarvoor in 2020 € 17.500 en het gebruik van een Fiat Punto (waarde € 3352). Volgens Company.info is X sinds 19 maart 2018 onbeperkt bevoegd vennoot van X VOF. De winst van X VOF bedraagt in 2020 € 152.082. X stelt een winstaandeel van 11,3% te ontvangen en 1250 uur te werken. De inspecteur legt een navorderingsaanslag IB/PVV 2020 op en belast het voordeel als resultaat uit overige werkzaamheden. X maakt bezwaar en stelt beroep en hoger beroep in.
In geschil is of X ondernemer is voor de inkomstenbelasting, zodat hij recht heeft op zelfstandigenaftrek, investeringsaftrek en de MKB-winstvrijstelling.
Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X niet is geslaagd in de op hem rustende bewijslast dat hij ondernemer is. X heeft geen vennootschapsovereenkomst overgelegd, ondanks herhaalde verzoeken van de inspecteur. De enkele vermelding op Company.info acht het Hof onvoldoende. De gemachtigde heeft ter zitting bevestigd dat de hoogte van de vergoeding volledig afhankelijk is van de verrichte arbeid en dat X geen risico loopt. Voorts ontvangt X bij beëindiging geen vergoeding voor een aandeel in het eigen vermogen, doet hij geen investeringen en heeft hij slechts één opdrachtgever. Het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.90
Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden
Rubriek: Inkomstenbelasting
Editie: 14 augustus
Informatiesoort: VN Vandaag