De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat X niet de volledige voorbelasting ter zake van de investering in zonnepanelen in aftrek kan brengen. Ook is volledige aftrek op grond van art. 3 lid 3 onderdeel a Wet OB 1968 niet mogelijk.

X, een waterschap, investeert in zonnepanelen op het terrein van haar rioolwaterzuiveringsinstallatie (de RWZI). Volgens X kan zij de BTW-voorbelasting volledig in aftrek brengen. X stelt daarbij dat alle opgewekte elektriciteit eerst aan het elektriciteitsnet wordt geleverd en pas daarna wordt gebruikt door de RWZI. De inspecteur is het daar niet mee eens. Volgens hem bestaat slechts recht op aftrek van 58% van de voorbelasting. Hij stelt daarbij dat X met de zonnepanelen alleen voor dat percentage de opgewekte stroom aan het elektriciteitsnet levert tegen vergoeding en er alleen in zoverre sprake is van gebruik voor belaste prestaties. De rest van de stroom wordt direct gebruikt door de RWZI en dat betreft een niet-economische activiteit. Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X niet de volledige voorbelasting ter zake van de investering in zonnepanelen in aftrek kan brengen en stelt de inspecteur in het gelijk. X gaat in cassatie.

De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat X niet de volledige voorbelasting ter zake van de investering in zonnepanelen in aftrek kan brengen. De Hoge Raad overweegt verder nog dat art. 3 lid 3 onderdeel a Wet OB 1968 niet kan bewerkstelligen dat recht op aftrek van voorbelasting ontstaat ter zake van de aanschaf en installatie van de zonnepanelen voor zover hiermee elektriciteit wordt opgewekt die de ondernemer gebruikt voor doeleinden waarvoor hij niet als ondernemer is aangemerkt. Het aan deze bepaling ten grondslag liggende art. 16 Btw-richtlijn ziet namelijk niet op goederen die worden bestemd voor het verrichten van niet-economische handelingen waarvoor de betrokkene niet als belastingplichtige optreedt. De BTW die ter zake van de levering van deze goederen in rekening is gebracht en moet worden toegerekend aan het verrichten van die niet-economische handelingen, is niet aftrekbaar. Ook het feit dat X de zonnepanelen geheel in zijn hoedanigheid van ondernemer verwerft, vermag niet tot volledige aftrek leiden. Bij de aftrek moet dan namelijk rekening worden gehouden met de bestemming van het zonnepark. Nu de verwachting was dat 58% belast zou worden geleverd aan de energiemaatschappij en dat de overige 42% direct zou worden gebruikt voor de RWZI, leidt dit ook niet tot volledige aftrek van de BTW.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Wet op de omzetbelasting 1968 15

Wet op de omzetbelasting 1968 3

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Omzetbelasting, Milieuheffingen

Editie: 8 april

Informatiesoort: VN Vandaag

458

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen