Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de rechtbank bij het toekennen van een proceskostenvergoeding wegens schending van de toezendverplichting in een WOZ-zaak ten onrechte de wegingsfactor heeft gematigd tot 0,5.

Belanghebbende, X, komt in beroep tegen een WOZ-beschikking. Rechtbank Gelderland verklaart het beroep alleen wegens schending van de toezendverplichting van art. 40 Wet WOZ gegrond.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat de rechtbank bij het toekennen van een proceskostenvergoeding wegens schending van de toezendverplichting in een WOZ-zaak ten onrechte de wegingsfactor heeft gematigd tot 0,5. In eerste aanleg waren in geschil de WOZ-beschikking zelf en de schending van de toezendplicht van art. 40 Wet WOZ. Dat X alleen op het punt van de toezendplicht gelijk heeft gekregen, is voor het hof geen reden om met toepassing van art. 2 lid 2 Bpb uit te gaan van een lagere wegingsfactor. Het geschilpunt over de toezendplicht was namelijk niet van ondergeschikt belang. Het hof verklaart het hoger beroep van X gegrond, verhoogt de proceskostenvergoeding voor het beroep in eerste aanleg en kent voor de fase van hoger beroep ook een proceskostenvergoeding toe. Voor die fase hanteert het hof wel een wegingsfactor van 0,5 omdat in hoger beroep alleen nog de hoogte van de proceskostenvergoeding (in eerste aanleg) in geschil was.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Besluit proceskosten bestuursrecht 2

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Editie: 19 september

Informatiesoort: VN Vandaag

288

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen