Rechtbank Den Haag oordeelt dat de schenkingsvrijstelling eigen woning toepassing mist bij aflossing van een aflossingsvrije familielening nu deze lening geen eigenwoningschuld is.

De zaak verloopt (13 mei 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:12696) verloopt als volgt. Een vrouw heeft ter financiering van de aankoop van een eigen woning in 2016 een aflossingsvrije lening bij haar ouders gesloten. In 2020 schelden de ouders haar een bedrag van deze lening kwijt van € 103.643. Dat is voor 
de heffing van schenkbelasting in principe een schenking.

Zij doet echter een beroep op de eenmalige schenkingsvrijstelling voor de eigen woning (art. 33 ten vijfde sub c Successiewet 1956 (tekst 2020)). Maar de inspecteur weigert deze vrijstelling toe te passen. Volgens de inspecteur is namelijk geen sprake van een eigenwoningschuld maar van een schuld in box 3.

De schenkingsvrijstelling eigen woning is volgens de inspecteur alléén van toepassing als de deels kwijtgescholden lening zou kwalificeren als eigenwoningschuld.

Rechtbank Den Haag oordeelt dat de schenkingsvrijstelling eigen woning inderdaad toepassing mist. Uit de wet blijkt duidelijk dat deze vrijstelling alleen geldt als een eigenwoningschuld wordt afgelost. Daarvan is in dit geval geen sprake. De lening is immers aflossingsvrij en daarmee voor de vrouw geen eigenwoningschuld maar een box 3-schuld. Het beroep van de vrouw op het vertrouwensbeginsel faalt eveneens. De rechtbank oordeelt dat het aangiftebiljet en de toelichting de relevante begrippen ‘eigen woning’ en ‘eigenwoningschuld’ duidelijk vermeldt. Nu het aangiftebiljet geen mededelingen bevat die een gerechtvaardigd vertrouwen wekken dat de vrijstelling zou gelden, kan de vrouw hier ook geen beroep op doen. Het gelijk is aan de inspecteur. Schenking belast!

Belang voor de praktijk

Alleen onder het overgangsrecht voor bestaande eigenwoningschulden (art. 10bis.1 wet IB 2001) kan een aflossingsvrije lening als eigenwoningschuld in box 1 kwalificeren. Daarvan is in deze zaak geen sprake, dus valt de aflossingsvrije lening in box 3. Ouders en dochter hadden beter in het zicht van de kwijtschelding de leningsovereenkomst zo kunnen aanpassen dat de lening alsnog kwalificeert als eigenwoningschuld. Daarvoor had de leningsovereenkomst moeten worden omgezet in een annuïteiten- of lineaire hypotheek. Dat is niet gebeurd en dan valt het doek: geen eenmalige schenkingsvrijstelling eigen woning.

De schenkingsvrijstelling eigen woning bestaat anno 2026 niet meer. Schenken is natuurlijk nog steeds mogelijk – en binnen de kaders van de wet ook nog belastingvrij – maar zo mooi als het was, is het niet meer en wordt het ook niet meer. De algemene eenmalig verhoogde schenkingsvrijstelling ouders-kind bedraagt anno 2026 € 33.129 (art. 33 ten vijfde sub a Successiewet 1956).  

Bron: Legal & Tax Nationale Nederlanden

Informatiesoort: Nieuws

Rubriek: Inkomstenbelasting

15

Gerelateerde artikelen