Rechtbank Gelderland oordeelt dat de activiteiten van X op het gebied van hernieuwbare plantaardige energie geen bron van inkomen vormen voor de IB/PVV 2019. X maakt niet aannemelijk dat objectief bezien redelijkerwijs voordeel valt te verwachten.

X schrijft na zijn pensionering in 2009 een eenmanszaak met activiteiten die zijn omschreven als advies in hernieuwbare plantaardige energie. Uit de aangiften sinds 2009 blijkt dat de activiteiten vrijwel elk jaar negatieve resultaten opleveren. In 2019 bedraagt de omzet € 16.893 bij kosten van € 29.530. X overlegt een prognose voor 2024 tot en met 2028 met verwachte positieve commerciële resultaten. In geschil is of de activiteiten van X een bron van inkomen vormen voor de IB/PVV 2019.

Rechtbank Gelderland oordeelt dat geen sprake is van een bron van inkomen. De activiteiten leveren sinds 2009 vrijwel uitsluitend negatieve resultaten op. X maakt met de overgelegde prognose en het overzicht van commerciële resultaten niet aannemelijk dat objectief bezien redelijkerwijs een positief voordeel valt te verwachten. X toont niet aan dat hij daadwerkelijk substantiële opdrachten binnenhaalt en onderbouwt de kosten in de prognose op geen enkele wijze concreet. Zelfs bij veronderstelde positieve verwachtingen vanaf 2024 leiden de zeer aanzienlijke verliezen sinds 2009 ertoe dat geen bron van inkomen bestaat. Daarnaast bestaat geen recht op aftrek voor speur- en ontwikkelingswerk. Het beroep is ongegrond.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.8

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.77

Instantie: Rechtbank Gelderland

Rubriek: Inkomstenbelasting

Editie: 15 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

11

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen