X ontvangt in 2020 een schenking van € 103.643 van haar ouders door gedeeltelijke kwijtschelding van een in 2016 verstrekte aflossingsvrije lening voor aankoop van een eigen woning. De lening heeft een looptijd van 30 jaar en is hypothecair verzekerd. X doet aangifte schenkbelasting en claimt de eenmalig verhoogde vrijstelling voor de eigen woning. De inspecteur past deze vrijstelling niet toe, maar wel de algemene eenmalig verhoogde vrijstelling. X stelt beroep in.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat de verhoogde vrijstelling voor de eigen woning niet van toepassing is omdat de lening aflossingsvrij is en niet kwalificeert als een eigenwoningschuld. De rechtbank oordeelt dat het aangiftebiljet en de toelichting de relevante begrippen eigen woning en eigenwoningschuld duidelijk vermelden, zodat X nader onderzoek had moeten doen naar de toepasselijke voorwaarden van de vrijstelling. De rechtbank oordeelt dat het aangiftebiljet geen mededelingen bevat die een gerechtvaardigd vertrouwen wekken dat de vrijstelling geldt. Daarom verwerpt de rechtbank het beroep op het vertrouwensbeginsel en verklaart het beroep ongegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.119A
Instantie: Rechtbank Den Haag
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht, Schenk- en erfbelasting
Editie: 8 juni
Informatiesoort: VN Vandaag