Advocaat-generaal Brkan concludeert dat ter zake van een boot die voor een reparatie in Duitsland vanuit Zwitserland naar Duitsland wordt vervoerd, sprake is van een invoer waarvoor BTW bij invoer is verschuldigd. Dat de boot weer wordt uitgevoerd zonder dat het als vervoermiddel in Duitsland is gebruikt, is niet van belang.

Segelbootwartung woont in Zwitserland en brengt een in Zwitserland geregistreerde zeilboot op een boottrailer met een personenauto via douanekantoor A Duitsland binnen. Hij is onderweg naar onderneming X in Duitsland om de boot te laten repareren. De Duitse Douane stelt daarom een aanslag voor invoerrechten en de BTW bij invoer vast. Segelbootwartung is het hier niet mee eens. De Duitse rechter stelt prejudiciële vragen in deze zaak.

Advocaat-generaal Brkan concludeert dat ter zake van een boot die voor een reparatie in Duitsland vanuit Zwitserland naar Duitsland wordt vervoerd, sprake is van een invoer waarvoor BTW bij invoer is verschuldigd. Dat de boot weer wordt uitgevoerd zonder dat het als vervoermiddel in Duitsland is gebruikt, is niet van belang. Een uitzondering geldt voor het geval de Douane een vergunning ex art. 211 lid 2 DWU met terugwerkende kracht verleent. In dezelfde zin is de A-G van mening dat de onderhouds‑ en reparatiewerkzaamheden een gebruik vormen in de zin van art. 124 lid 1 onderdeel k DWU.

Wetingang:

Richtlijn 2006/112/EG van de Raad betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde artikel 70

Verordening (EU) nr. 952/2013 vaststelling douanewetboek van de Unie artikel 124

Instantie: Gerecht van de Europese Unie

Rubriek: Europees belastingrecht, Omzetbelasting, Douane

Editie: 8 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

9

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen