De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte geen ISV aan X BV heeft toegekend in verband met de termijnoverschrijding in de beroepsfase. Dit volgt uit het door het hof aangehaalde overzichtsarrest van 19 februari 2016. Dat X BV het verzoek pas voor het eerst in hoger beroep heeft gedaan, is niet van belang.

X houdt een (in)direct a.b. in C BV. C BV huurt een bedrijfspand van maatschap B. De maten van B zijn X (50%) en zijn broer (50%). In zijn IB-aangiften 2001-2014 hanteert X een waarde van € 1,5 mln. voor het bedrijfspand in verband met de TBS-regeling. Dit op basis van de historische kostprijs. In 2015 verkoopt X de aandelen C BV. In zijn IB-aangifte hanteert X een (inbreng)waarde voor het bedrijfspand per 1 januari 2001 van € 2,4 mln., de waarde in het economische verkeer. De inspecteur corrigeert de aangifte en blijft bij de waarde die X steeds in zijn aangiften heeft gebruikt: € 1,5 mln. Hof Amsterdam oordeelt dat X niet aannemelijk maakt dat de inbrengwaarde van het bedrijfspand hoger is dan € 1,5 mln. Er is dan ook geen reden om de beginbalans van de TBS te corrigeren op grond van de foutenleer in het jaar 2015. Met betrekking tot het verzoek van X om een ISV voor de beroepsfase verwijst het hof naar het arrest van de Hoge Raad van 19 februari 2016 (14/03907, ECLI:NL:HR:2016:252, V-N 2016/13.4). Uit dit arrest volgt volgens het hof dat X uiterlijk op de zitting van de rechtbank het verzoek om een ISV had moeten doen. X BV gaat in cassatie. 

De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte geen ISV aan X BV heeft toegekend in verband met de termijnoverschrijding in de beroepsfase. Dit volgt uit het door het hof aangehaalde overzichtsarrest van 19 februari 2016. Dat X BV het verzoek pas voor het eerst in hoger beroep heeft gedaan, is niet van belang. De overige klachten van X BV over de uitspraak van het hof wijst de Hoge Raad af onder verwijzing naar art. 81 lid 1 Wet RO. De Hoge Raad kent aan X BV een ISV van € 1000 toe. Daarnaast heeft zij nog recht op een vergoeding voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand en het betaalde griffierecht.

[Bron Uitspraak]

Wetingang:

Algemene wet bestuursrecht artikel 8.73

Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.92

Instantie: Hoge Raad

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht, Belastingrecht algemeen, Inkomstenbelasting

Editie: 8 juni

Informatiesoort: VN Vandaag

133

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen