Zerobonds zijn obligaties die tijdens de looptijd geen rente uitkeren. De obligaties worden voor een prijs beneden de nominale waarde uitgegeven (onder pari) en doorgaans aan het einde van de looptijd afgelost voor de nominale waarde (à pari). De korting die bij de aankoop wordt verkregen, is vergelijkbaar met rente die pas aan het einde van de looptijd wordt uitgekeerd.
Gedurende de looptijd fluctueert een zerobond in waarde. Vanaf de uitgiftedatum zal de waarde stijgen richting de aflossingswaarde. De waarde fluctueert door wijziging van de marktrente. Voor de waardering van een zerobond wordt daarom aangesloten bij de in de prijscourant genoteerde beurskoers. Bij het ontbreken van een beurskoers moet de waarde in het economische verkeer van de zerobond worden bepaald. Hierbij vormen de waarde bij uitgifte, de looptijd, de marktrente en nominale waarde van de zerobond indicatoren om de waarde aan het begin en aan het einde van het jaar te berekenen.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.2
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.25
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.27
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 5.28
Rubriek: Inkomstenbelasting
Regelgevende instantie: Belastingdienst
Editie: 8 juni
Informatiesoort: VN Vandaag