Hof ’s-Hertogenbosch oordeelt dat AOV-premies aftrekbaar zijn bij de belastingplichtige omdat deze premies materieel op hem drukken, ondanks dat de polis op naam van de bv staat.
In deze zaak (21 januari 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:139) sluit een man in 1998 een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV). In 2006 brengt hij zijn eenmanszaak in een bv in, waarna de polis op naam van de bv komt te staan. De bv betaalt vervolgens de premies in de jaren 2016-2019, maar verwerkt deze niet ten laste van haar winst: de bedragen worden steeds verrekend via de rekening-courant met de man.
In 2017 ontvangt de man – onder inhouding van loonheffing – bij arbeidsongeschiktheid een uitkering rechtstreeks van de verzekeraar. In de aangifte inkomstenbelasting trekt de man de AOV-premies af, de inspecteur weigert deze aftrek, omdat de bv verzekeringnemer is en de man volgens hem niet juridisch
de premie verschuldigd is.
Art. 3.124 lid 1 onderdeel c Wet IB 2001 bepaalt dat premies voor aanspraken op periodieke uitkeringen wegens invaliditeit, ziekte of ongeval aftrekbaar zijn als uitgaven voor inkomensvoorzieningen, mits deze premies op de belastingplichtige drukken en de uitkeringen hem toekomen.
Het hof stelt vast dat de polis weliswaar op naam van de bv staat, maar acht dit niet doorslaggevend. Met toepassing van de Haviltex-maatstaf kijkt het hof naar de bedoeling van partijen en de feitelijke uitvoering van de verzekeringsovereenkomst (Hoge Raad 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158). Daarbij is van belang dat de verzekeraar verklaart dat de polis altijd is behandeld alsof de man verzekeringnemer was, dat de premies via de rekening-courant voor zijn rekening kwamen en dat de arbeidsongeschiktheidsuitkering rechtstreeks aan hem is gedaan.
Op basis hiervan concludeert het hof dat het altijd de bedoeling is geweest dat de man als verzekeringnemer, verzekerde en begunstigde moest worden aangemerkt. De onjuiste tenaamstelling van de polis wordt gezien als een administratieve fout. Dit betekent dat de premies materieel op de man drukken en dus voldoen aan het criterium van art. 3.124 lid 1 onderdeel c Wet IB 2001. Het gelijk is aan de man.
Belang voor de praktijk
De Haviltex-maatstaf is een juridisch criterium dat bepaalt dat de uitleg van een contract niet alleen op de letterlijke tekst gebaseerd moet zijn, maar op wat partijen redelijkerwijs aan de bepalingen mochten toekennen en van elkaar mochten verwachten.
Deze uitspraak laat zien dat het drukken-criterium van art. 3.124 Wet IB 2001 niet uitsluitend formeel wordt ingevuld. Ook de feitelijke uitvoering en de bedoeling van partijen kunnen doorslaggevend zijn.
Dit biedt ruimte om gebreken in de polisredactie te herstellen, bijvoorbeeld bij onjuiste tenaamstelling na inbreng in een bv. Wel blijft het van belang dat de premies daadwerkelijk ten laste van de belastingplichtige komen, bijvoorbeeld via rekening-courant, en dat uitkeringen hem toekomen. Zonder een consistente feitelijke onderbouwing zal de Belastingdienst zich kunnen beroepen op de formele polisgegevens.
Dit is niet de eerste keer waarbij – naar aanleiding van omzetting van de rechtsvorm – de AOV-premie aftrek leidt tot een gerechtelijke uitspraak. In 2023 werd in de zaak ECLI:NL:RBNNE:2023:4052 de belastingplichtige in het gelijk gesteld. In deze zaak was het ‘drukkencriterium’ de doorslaggevende factor omdat de belastingplichtige aannemelijk kon maken dat de betaalde premie wel op hem heeft gedrukt.
Anders was dit in de zaak ECLI:NL:GHARL:2025:7785. In deze zaak werd niet aan aannemelijk gemaakt dat de premie op de belastingplichtige heeft gedrukt. Daarnaast was de bv ook de begunstigde voor de verzekering. In deze zaak werd de Belastingdienst in het gelijk gesteld. Dit bewijst dat bij het omzetten van de rechtsvorm, het van belang is dat zowel de adviseur als ondernemer goed en tijdig de verzekeringsovereenkomsten aanpassen zodat misverstanden in de toekomst voorkomen kunnen worden.
In het standpunt van de Kennisgroep Verzekeringsproducten en Assurantiebelasting van 6 november 2024, KG:070:2024:5, staat de vraag centraal of de premies voor een AOV fiscaal aftrekbaar zijn bij de belastingplichtige (verzekerde) als deze niet tevens verzekeringnemer en/of begunstigde is maar wel de premies betaalt. De Kennisgroep heeft deze vraag ontkennend beantwoord. Gezien de uitkomst van deze procedure is het te hopen dat de kennisgroep dit standpunt aanpast.
Bron: Legal & Tax Nationale Nederlanden
Informatiesoort: Nieuws
Rubriek: Inkomstenbelasting