Betaalde licentievergoedingen voor het gebruik van illustraties uit de beeldbank en van de handelsnaam en logo’s kwalificeren als royalty’s in de zin van art. 12 lid 3 Verdrag Nederland-Australië 1976. Dat staat in een standpunt van de Kennisgroep IBR VPB & winst.

Het standpunt is ingenomen naar aanleiding van de volgende casus: X BV is eigenaar van de auteursrechten op een beeldbank met illustraties en foto’s. Daarnaast heeft X BV haar logo en handelsnaam als handelsmerk geregistreerd. A Ltd, gevestigd in Australië, heeft een licentie met X BV gesloten dat het exclusieve recht geeft om in Australië en Nieuw-Zeeland illustraties en foto’s uit de beeldbank te gebruiken voor verpakkingen en drukwerk. A Ltd is verplicht om het auteursrecht van X BV te vermelden en moet ter controle periodiek exemplaren van het gedrukte materiaal aan X BV sturen. Ook mag A Ltd de handelsnaam en bepaalde logo’s van X BV gebruiken, waarbij de vorm en wijze van gebruik door X BV moet worden goedgekeurd. Uit hoofde van de licentieovereenkomst is A Ltd jaarlijks een vooraf bepaalde vergoeding verschuldigd. De vergoeding is onafhankelijk van de mate van gebruik. A Ltd houdt ten behoeve van de Australische fiscus 15% bronbelasting in op de door haar aan X BV betaalde bedragen. Als de vergoeding onder het verdrag kwalificeert als een royalty, kan X BV mogelijk op grond van het verdrag de in Australië ingehouden bronbelasting verrekenen met de in Nederland verschuldigde vennootschapsbelasting.

Wetingang:

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en Australië tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen artikel 12

[Nieuwsbron]

Rubriek: Internationaal belastingrecht

Regelgevende instantie: Belastingdienst

Editie: 8 juli

Informatiesoort: VN Vandaag

8

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen