De invorderingsambtenaar brengt X aanmaningskosten van € 8 in rekening wegens het niet tijdig betalen van een naheffingsaanslag parkeerbelasting. X maakt bezwaar, dat ongegrond wordt verklaard. Rechtbank Oost-Brabant verklaart X' beroep gegrond en oordeelt dat de aanmaningskosten ten onrechte in rekening zijn gebracht. De rechtbank matigt echter de proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en beroepsfase tot € 200 op grond van bijzondere omstandigheden, waaronder het zeer geringe financiële belang en het standaard karakter van de rechtsbijstand in een veelvoud van soortgelijke zaken. X stelt hoger beroep in tegen de hoogte van de proceskostenvergoeding. In geschil is of de rechtbank de proceskostenvergoeding terecht heeft gematigd op basis van bijzondere omstandigheden.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat bijzondere omstandigheden aanwezig zijn en wijkt af van het puntensysteem door de proceskostenvergoeding voor de bezwaar- en beroepsfase te matigen. Punt 1 van onderdeel B2 van de bijlage bij het Besluit proceskosten bestuursrecht moet volgens het hof buiten toepassing blijven op grond van het arrest HR 12 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1060, V-N 2024/33.18, BNB 2024/114. Er is echter sprake bijzondere omstandigheden door onder meer een zeer gering financieel belang. Onverkorte toepassing van het puntensysteem leidt zonder twijfel tot een vergoeding die de in redelijkheid gemaakte kosten ver overtreft. Het hof bevestigt daarom de rechtbankuitspraak. X' hoger beroep is ongegrond.
Wetingang:
Besluit proceskosten bestuursrecht artikel 2
Instantie: Hof 's-Hertogenbosch
Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 8 juli
Informatiesoort: VN Vandaag