X en zijn compagnon kopen regelmatig panden om deze na verbouwingen/splitsingen te verhuren in box 3 of in enkele gevallen te verkopen. Volgens de inspecteur kwalificeert dit ten aanzien van een aantal panden/projecten als ‘meer dan normaal vermogensbeheer’, zodat de al dan niet gerealiseerde waardestijgingen in box 1 zijn belast.
Rechtbank Den Haag oordeelt dat geen omkering en verzwaring van de bewijslast kan plaatsvinden, omdat onvoldoende vaststaat dat bewust onjuiste aangiften zijn gedaan. Voor vier panden/projecten maakt de inspecteur aannemelijk dat sprake is van meer dan normaal vermogensbeheer. Dit volgt uit de verleende omgevingsvergunningen, de door X overgelegde taxatierapporten en de bevindingen in het controlerapport. De belaste waardestijgingen in box 1 waarvan de inspecteur is uitgegaan, zijn redelijk. Voor drie andere panden/projecten slaagt de inspecteur niet in de bewijslast. Het feit dat één controlemedewerker onprofessionele en ongepaste taal heeft gebruikt, maakt niet dat het hele onderzoek in strijd is met het zorgvuldigheidsbeginsel. De beroepen zijn deels gegrond.
Wetingang:
Wet inkomstenbelasting 2001 artikel 3.90
Instantie: Rechtbank Den Haag
Rubriek: Inkomstenbelasting, Fiscaal bestuurs(proces)recht
Editie: 7 juli
Informatiesoort: VN Vandaag