A-G Norkus van het HvJ EU concludeert dat de Roemeense noodverordening die lagere rechters verplicht om in bepaalde zaken prejudiciële vragen voor te leggen aan de hoogste rechterlijke instantie in Roemenië niet in strijd is met het EU-recht. Daarbij gelden volgens de advocaat-generaal wel enkele voorwaarden.
De Hoge Raad oordeelt dat gelet op de ruime uitleg van het begrip salarissen, lonen en emolumenten de ontvangen lumpsum als zodanig is aan te merken en valt het zowel onder de oude als de nieuwe regelgeving van Europol onder de vrijstelling van nationale belastingen.
Advocaat‑generaal Brkan concludeert dat lidstaten mogen uitsluiten dat tabaksproducten die door een particulier in een andere lidstaat zijn gekocht en vervolgens kosteloos aan een derde worden geschonken, worden aangemerkt als 'voor eigen behoeften'.
In de regel wordt over het verstrekken van persoonlijke data bij ‘gratis’ toegang tot sociale media geen BTW geheven op basis van een aangenomen richtsnoer van het Europese BTW-comité. Dit antwoordt de Staatssecretaris van Financiën op Kamervragen over het FD-artikel ‘Deur op kier voor BTW-afdracht over sociale media’.
Naast de al bestaande system-2-system aanlevermethode voor het indienen van DAC7-rapportages stelt de Belastingdienst nu een DAC7-portaal beschikbaar waarmee platformen rapportages over hun verkopers kunnen (laten) indienen. Voor het DAC7-portaal is geen software nodig, zo meldt de fiscus.
Het Hof van Justitie EU oordeelt dat art. 31 EG-verordening 2913/92 en art. 74 lid 3 EU-verordening. 952/2013 zich er niet tegen verzetten dat de Griekse fiscus op het niveau van de EU verzamelde geaggregeerde statistische gegevens gebruikt om de douanewaarde van goederen vast te stellen.
De Hoge Raad oordeelt dat het niet voor redelijke twijfel vatbaar is dat de EU-vrijheid van kapitaalverkeer niet is geschonden. De registratievoorwaarde maakt namelijk juridisch en feitelijk geen onderscheid naar vestigingsplaats.
Het Gerecht oordeelt dat C niet aan een eerder ingediende douaneaangifte een nummer van een specifiek tariefcontingent kan toevoegen om in die aangifte het oorspronkelijk aangevraagde erga omnes geldende tarief te vervangen door een preferentieel tarief.
Het Gerecht oordeelt dat de Franse TBV, een tarifaire bijdrage over het vervoer van elektriciteit, niet valt onder het begrip ‘andere indirecte belastingen’ in de zin van art. 1 lid 2 Richtlijn 2008/118/EG. Het Gerecht wijst er daarbij op dat de TBV los van de daadwerkelijk verbruikte hoeveelheid elektriciteit wordt berekend.
De Staatssecretaris van Financiën verzoekt de Eerste Kamer om het DAC8-wetsvoorstel spoedig te behandelen om te voorkomen dat de Europese Commissie een infractieprocedure zal starten.