Advocaat-generaal Kokott concludeert dat het recht op aftrek van voorbelasting moet worden uitgeoefend wanneer de goederen zijn geleverd of de diensten zijn verricht en de belastingplichtige in het bezit is van de desbetreffende factuur.
Vanaf 22 september 2026 geldt er in Nederland een verbod op de invoer, aankoop en verkoop van goederen uit onrechtmatige Israëlische nederzettingen. De goederen mogen niet op de Nederlandse markt komen. Dat meldde de Douane enkele maanden geleden en dit verbod is dus vandaag in werking getreden.
Advocaat-generaal Campos Sánchez-Bordona concludeert dat België strafvervolging mag instellen, zonder dat het EOM in kennis is gesteld van het feit dat een onderzoek is ingesteld en gevoerd naar een strafbaar feit waarvoor het EOM bevoegd zou kunnen zijn.
Het Hof van Justitie oordeelt dat met de toepassing van het Belastingverdrag VS - Spanje de beperking van het vrije verkeer van kapitaal kan worden geacht te worden geneutraliseerd. Daarbij geldt wel een aantal voorwaarden.
Het Hof van Justitie oordeelt dat Polen geen belasting op civielrechtelijke handelingen mag heffen in verband met de omzetting van een commanditaire vennootschap in een vennootschap onder firma. Het Hof van Justitie gaat er daarbij wel vanuit dat de CV en de VOF een winstoogmerk nastreven.
Het Hof van Justitie oordeelt dat het in strijd met het EU-recht is dat Duitsland een bepaalde IB-verlaging in verband met werkzaamheden van ambachtslieden in een huishouden niet toekent wanneer deze werkzaamheden in Zwitserland worden verricht.
Het Hof van Justitie legt in de procedure van FF Skagen A/S uit wanneer vis en visresten niet voor menselijke consumptie geschikt zijn en onder hoofdstuk 5 van de GN vallen. Het is aan de Deense rechter om te beoordelen of deze goederen als ongeschikt voor menselijke consumptie moeten worden beschouwd.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat het niet in strijd met het EU-recht is dat P de schenkingen aan haar in Zwitserland wonende begunstigden niet in mindering mag brengen op de heffingsgrondslag voor de Oostenrijkse vennootschapsbelasting. Deze begunstigden zijn namelijk niet onderworpen aan de Oostenrijkse belasting op kapitaalopbrengsten.
Hof Den Haag oordeelt dat de vaststelling van de WOZ-waarde en de aanslag onroerendezaakbelastingen niet in strijd zijn met art. 1 EP EVRM en art. 13 EVRM. De beschikking is rechtsgeldig en het hof bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De Hoge Raad verklaart het beroep in cassatie niet-ontvankelijk, omdat het duidelijk niet kan slagen (art. 80a lid 1 Wet RO).