De Tweede Kamer staat niet uitsluitend voor de keuze om het Omnibusvoorstel directe belastingen als geheel te steunen of af te wijzen. De Kamer kan ook onderscheid maken tussen maatregelen, voorwaarden verbinden aan Nederlandse steun, minder vergaande varianten verlangen en monitoring en herziening vooraf organiseren. Dit staat in de EU Wetenschapstoets Omnibusvoorstel directe belastingen die is uitgevoerd door Maarten de Wilde en Hans van den Hurk.
De FIOD heeft 29 oktober 2026 een 48-jarige man uit Capelle aan den IJssel aangehouden in een onderzoek naar zogeheten 'carrouselfraude' met BTW. De man wordt verdacht van het opzettelijk doen van onjuiste belastingaangiften. Zijn woning en een bedrijfspand in Rotterdam zijn doorzocht. Daarbij is beslag gelegd op vier panden, een auto, 20 pallets met mobiele telefoons, ruim € 240.000 contant geld, bankrekeningen en fysieke en digitale administratie.
Het EHRM geeft in een advisory opinion aan dat bij het opleggen van financiële sancties wegens niet-naleving van belastingwettelijke vereisten een redelijk evenwicht moet worden gevonden tussen de eisen van het algemeen belang van de gemeenschap en de vereisten ter bescherming van de fundamentele rechten van het individu.
De Europese Commissie onderzoekt de mogelijkheden voor een overwinstbelasting voor energiebedrijven en de juridische aspecten daarvan. Tijdens de Ecofinraad van 9 oktober 2026 pleitte een aantal lidstaten voor een EU-brede aanpak. Daarbij werd onder meer gewezen op de overwinsten van Europese raffinaderijen.
De Eerste Kamer heeft op 27 oktober 2026 het de Fiscale verzamelwet (36938) aanvaard. Dit wetsvoorstel wijzigt verschillende fiscale wetten. De wijzigingen zijn zowel inhoudelijk als technisch of redactioneel van aard.
Advocaat-generaal Martín y Pérez de Nanclares concludeert dat de kosten voor het ontwerp van de afbeeldingen onderdeel uitmaken van de douanewaarde van de ingevoerde bekers. Dit geldt ook voor de aan D LTD betaalde commissies.
Advocaat-generaal Rantos concludeert dat EU-Verordening 2022/1854 geldig is vastgesteld op grond van en met inachtneming van de vereisten van art. 122 lid 1 VWEU. Er is ook geen sprake van strijd met de algemene beginselen van rechtszekerheid, de niet-retroactiviteit van EU-handelingen en evenredigheid.
Advocaat-generaal Rantos concludeert dat het niet in strijd met het EU-recht is dat België een nationale regeling invoert die gelijkwaardig is aan de tijdelijke solidariteitsbijdrage. Hierbij gelden wel enkele voorwaarden.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat FL Nederlandse accijns verschuldigd is geworden met betrekking tot de geconstateerde tekorten. Het hof overweegt dat het begrip ‘onregelmatigheid’ voor het gehele art. 10 EG-richtlijn 2008/118/EG dezelfde betekenis heeft.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat de Portugese regeling voor de aftrek van de door een dochter aan haar moeder uitgekeerde dividenden in strijd is met het EU-recht. Dit geldt voor de voorwaarde dat de moeder de concrete deelnemingen een jaar lang moet hebben behouden.