Het Hof van Justitie oordeelt dat bij de uitgifte van punten bij het loyaliteitsprogramma van Lyko geen sprake is van een voucher in de zin van art. 30 bis BTW-richtlijn. De verplichting om die punten als tegenprestatie voor een goederenlevering te aanvaarden ontbreekt namelijk.
Het Hof van Justitie oordeelt dat de BTW-vrijstelling voor wettige betaalmiddelen niet van toepassing is op het omwisselen van reële valuta’s voor het in-game goud van Žaidimų valiuta. Het in-game goud betreft namelijk virtuele valuta die uitsluitend kunnen worden gebruikt in een onlinevideospel.
Het Hof van Justitie oordeelt dat het niet in strijd is met het EU-recht dat hotels in Duitsland verplicht zijn om prestaties zoals ontbijt afzonderlijk tegen het standaard BTW-tarief te belasten. Dit geldt ook wanneer het bij die prestaties gaat om nevenprestaties bij de kortdurende verhuur.
Het Gerecht oordeelt dat de Strongbow-drank van Heineken România S.A. moet worden ingedeeld als appelwijn, met een accijnstarief van nul. De door de Roemeense douane voorgestelde indeling, met een accijnstarief van 25%, wordt niet gevolgd.
De Verenigde Staten voeren waarschijnlijk deze week een wereldwijd tarief voor importheffingen in van 15 procent, zei minister van Financiën Scott Bessent. Die stap is nodig omdat het Amerikaanse Hooggerechtshof een groot deel van de importheffingen van president Donald Trump onrechtmatig verklaarde.
Het Gerecht oordeelt dat het begrip ‘goederen aangeboden in stellen of assortimenten’ in de zin van aantekening 3 op afdeling VI GN van toepassing is op het capsulesysteem van A GmbH. Dit systeem bevat namelijk twee bestanddelen die bestemd zijn voor vermenging tot zilveramalgaam voor tandvullingen.
Advocaat-generaal Brkan concludeert dat de BTW-vrijstelling niet van toepassing is op het beheer van kredieten door A Oy. De vrijstelling geldt niet voor het beheer van kredieten door een onderneming die deze kredieten heeft verkocht en tegen vergoeding blijft beheren.
Het Hof van Justitie EU is het met de Europese Commissie eens dat België de verplichtingen uit hoofde van ATAD1 niet is nagekomen door niet de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen die nodig zijn om te voldoen aan art. 8 lid 7 ATAD1.
De Grote Kamer van het EHRM aanvaardt het verzoek van het Oekraïense Hooggerechtshof om advies te vragen over de boete van € 1,6 mln die de Oekraïense belastingautoriteiten aan X hebben opgelegd. Aan de orde komt onder andere de vraag of sprake is van een onevenredige inmenging.