Hof Amsterdam oordeelt na terugwijzing door de Hoge Raad dat aannemelijk is dat X BV met haar Indonesische leverancier in werkelijkheid niet de leveringsvoorwaarde DDP is overeengekomen.
De Europese Commissie onderzoekt de mogelijkheden voor een overwinstbelasting voor energiebedrijven en de juridische aspecten daarvan. Tijdens de Ecofinraad van 9 oktober 2026 pleitte een aantal lidstaten voor een EU-brede aanpak. Daarbij werd onder meer gewezen op de overwinsten van Europese raffinaderijen.
De Eerste Kamer heeft op 27 oktober 2026 het de Fiscale verzamelwet (36938) aanvaard. Dit wetsvoorstel wijzigt verschillende fiscale wetten. De wijzigingen zijn zowel inhoudelijk als technisch of redactioneel van aard.
Rechtbank Noord-Holland stelt prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie EU over de geldigheid van Uitvoeringsverordening 2024/3133. De rechtbank ziet zich geplaatst voor de vraag of GN-post 9404 en GN-post 6307 de juiste GN-posten zijn voor de indeling van een zitzak en het omhulsel.
Advocaat-generaal Martín y Pérez de Nanclares concludeert dat de kosten voor het ontwerp van de afbeeldingen onderdeel uitmaken van de douanewaarde van de ingevoerde bekers. Dit geldt ook voor de aan D LTD betaalde commissies.
Advocaat-generaal Rantos concludeert dat EU-Verordening 2022/1854 geldig is vastgesteld op grond van en met inachtneming van de vereisten van art. 122 lid 1 VWEU. Er is ook geen sprake van strijd met de algemene beginselen van rechtszekerheid, de niet-retroactiviteit van EU-handelingen en evenredigheid.
Advocaat-generaal Rantos concludeert dat het niet in strijd met het EU-recht is dat België een nationale regeling invoert die gelijkwaardig is aan de tijdelijke solidariteitsbijdrage. Hierbij gelden wel enkele voorwaarden.
Hof 's-Hertogenbosch oordeelt dat FL Nederlandse accijns verschuldigd is geworden met betrekking tot de geconstateerde tekorten. Het hof overweegt dat het begrip ‘onregelmatigheid’ voor het gehele art. 10 EG-richtlijn 2008/118/EG dezelfde betekenis heeft.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat de Portugese regeling voor de aftrek van de door een dochter aan haar moeder uitgekeerde dividenden in strijd is met het EU-recht. Dit geldt voor de voorwaarde dat de moeder de concrete deelnemingen een jaar lang moet hebben behouden.
Advocaat-generaal Kokott concludeert dat de situatie van een Franse moedermaatschappij die de verliezen van haar Franse dochter in aanmerking wil nemen niet vergelijkbaar is met die van OPmobility en Société Générale, wanneer Frankrijk de resultaten van de buitenlandse dochters niet belast.