De overheid belooft veel, maar realiseert te weinig. In het Verantwoordingsdebat over het jaar 2025 concludeerden de Kamerleden dat de doelstellingen ten aanzien van woningbouw, het bezuinigen op het aantal ambtenaren, stikstof, klimaat en de economie het afgelopen jaar allemaal niet zijn waargemaakt.
Daarbij vroeg de Kamer zich af of het kabinet-Jetten – dat inmiddels de eerste 100 dagen achter de rug heeft – de verschillende beloften wel waar zal maken. De nadruk lag daarmee niet zozeer op de resultaten van het kabinet-Schoof, dat ongeveer een jaar geleden viel, maar op de voorlopige resultaten van het kabinet-Jetten.
De Algemene Rekenkamer was buitengewoon kritisch over de behaalde resultaten over 2025 (zie: WFR 2026/148). Ondanks dat meer dan 98% van de ontvangsten en uitgaven rechtmatig waren en cijfermatig klopten, waarschuwde de Rekenkamer dat kortetermijndoelen niet zijn gehaald en dat veel langetermijndoelen verder uit zicht zijn geraakt. Als specifieke punten van zorg noemde de Rekenkamer het gebrek aan inzicht in de belastinginkomsten; het niet tijdig moderniseren van de IT-systemen van de Belastingdienst; en de complexiteit van het belastingstelsel. Daarbij riep de Rekenkamer – nogmaals – op om aan de slag te gaan met de ondoelmatige fiscale regelingen.
Financiële resultaten
In het debat stonden de Kamerleden allereerst stil bij het gebrek aan zowel politieke als publieke aandacht voor Verantwoordingsdag. Terwijl het presenteren van de plannen op Prinsjesdag met pracht en praal gepaard gaat en de Algemene Politieke Beschouwingen hét politieke hoogtepunt van het jaar zijn, is er relatief weinig aandacht wanneer bekendgemaakt wordt of de plannen ook daadwerkelijk gerealiseerd zijn. In dit licht dienden Stultiens (GL-PvdA) en Van Brenk (50Plus) een motie in met de oproep aan het presidium van de Tweede Kamer om “het Verantwoordingsdebat weer een gelijkwaardige tegenhanger te (…) maken van de Algemene Politieke Beschouwingen”.
Inhoudelijk lag de focus vanuit de Kamerleden zowel op het niet halen van de doelstellingen als op het niet goed kunnen meten van de financiële resultaten. Het is voor de Kamer ingewikkeld om een goed beeld te krijgen van de omvang en impact van grote investeringen gericht op de lange termijn. In dit licht vroeg Grinwis (CU) zich af of het niet verstandiger zou zijn om in plaats van een kasstelsel te bewegen naar een baten-lastenstelsel, zodat de Tweede Kamer beter kan sturen op de langetermijnwaarde van publieke voorzieningen. Minister Heinen (Financiën) benadrukte dat de Kamer in een dergelijk stelsel juist zeggenschap over meerjarige financiële verplichtingen verliest.
Misgelopen belastingopbrengsten
Oosterhuis (D66) vroeg in navolging van de Rekenkamer aandacht voor het nalevingstekort – het verschil tussen de verschuldigde en daadwerkelijk geïnde belastingen – en dat er in het mkb meer dan € 5 miljard belastingopbrengsten worden gemist. Samen met Van Dijk (CDA) en Van der Maas (VVD) diende hij een motie in die de regering verzoekt om “expliciet aandacht te besteden aan welke aanpassingen zouden kunnen leiden tot een kleiner nalevingstekort” en “een plan van aanpak op te stellen om het nalevingstekort structureel te verkleinen”. De Kamer moet daarover voor Prinsjesdag worden geïnformeerd.
In het debat werden een aantal fiscale dossiers kort aangestipt. Vermeer (BBB) vroeg waarom er niet al per 2028 een vermogenswinstbelasting in box 3 kan worden ingevoerd. Minister Heinen gaf daarop aan dat de Staatssecretaris van Financiën meer tijd nodig heeft om deze transitie voor te bereiden. Ten aanzien van het vereenvoudigen van het belastingstelsel gaf Flach (SGP) aan dat hij wil dat er in de afweging rond het afschaffen van fiscale regelingen breder gekeken wordt dan alleen naar de negatieve evaluatie en economische efficiëntie. Op dit punt benadrukte de minister dat het toch een politieke afweging blijft of (negatief geëvalueerde) fiscale regelingen afgeschaft worden.
Informatiesoort: Parlementair
Rubriek: Belastingrecht algemeen