Hof Amsterdam oordeelt dat in eerste aanleg - inclusief de eerdere terugwijzing door het hof - de redelijke termijn met ruim twee maanden is overschreden en dat deze niet wordt gecompenseerd door een voortvarende behandeling van dit hoger beroep. De heer X krijgt dus een immateriële schadevergoeding van € 500.

De heer X woont samen met mevrouw A. In zijn IB-aangifte over 2014 claimt X aftrek van specifieke zorgkosten. De in geschil zijnde zorgkosten bestaan uit kosten van een sportschoolabonnement voor X en kosten van Pilates lessen voor A, alsmede hun reiskosten. Volgens Rechtbank Noord-Holland komen de totale aftrekbare specifieke zorgkosten niet boven de drempel uit. X gaat in hoger beroep alsnog akkoord met de door de inspecteur bij uitspraak op bezwaar verleende aftrek. Wegens het overschrijden van de redelijke termijn vraagt X echter alsnog om vergoeding van zijn immateriële schade.

Hof Amsterdam oordeelt dat in eerste aanleg - inclusief de eerdere terugwijzing door het hof - de redelijke termijn met ruim twee maanden is overschreden (zie HR 22 november 2019, 19/01594, V-N 2019/57.18) en dat deze niet wordt gecompenseerd door een voortvarende behandeling van dit hoger beroep. X krijgt dus een immateriële schadevergoeding van € 500, een proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt aan hem vergoed. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden 6

Wet inkomstenbelasting 2001 6.17

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Bronbelasting

Instantie: Hof Amsterdam

Editie: 9 maart

2

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen