Hof Arnhem-Leeuwarden beslist dat X in de hoger beroepsfase, naast de immateriële kostenvergoeding in beroep, ook nog recht heeft op een proceskostenvergoeding voor de (hoger)beroepsfase.

Aan belanghebbende, X, is bij beschikking een WOZ-waarde voor zijn onroerende zaak meegedeeld en daarbij is tevens een aanslag onroerendezaakbelastingen 2019 opgelegd. Het bezwaar en beroep van X tegen de beschikking en de aanslag wordt ongegrond verklaard. Wel ontvangt X in beroep een immateriële schadevergoeding van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn. Omdat X geen proceskostenvergoeding krijgt, gaat hij in hoger beroep.

Hof Arnhem-Leeuwarden oordeelt dat X recht heeft op een proceskostenvergoeding voor de (hoger) beroepsfase. Aan X is in beroep terecht een immateriële schadevergoeding toegekend. Hierdoor bestaat ook recht op een proceskostenvergoeding. Nu de rechtbank ten onrechte geen proceskostenvergoeding heeft toegekend, is het hoger beroep eveneens gegrond en komt X ook voor het hoger beroep een proceskostenvergoeding toe. Daarnaast wordt het griffierecht voor het beroep en hoger beroep vergoed.

Lees ook het thema Beroep: rechtsbescherming door de belastingrechter.

[Bron Uitspraak]

Wetsartikelen:

Algemene wet bestuursrecht 8:75

Informatiesoort: VN Vandaag

Rubriek: Fiscaal bestuurs(proces)recht

Instantie: Hof Arnhem-Leeuwarden

Editie: 7 februari

23

Inhoudsopgave van deze editie

Gerelateerde artikelen