Belanghebbende (X) drijft een eenmanszaak, genaamd D. In 2007 wordt E cv opgericht. Deze onderneming is, evenals D, gevestigd op het woonadres van belanghebbende. Het in het VK gevestigde F Ltd is de beherend vennoot van E cv. Belanghebbende is bevoegd om namens E cv te handelen. E cv heeft Turks personeel uitgeleend aan belanghebbende. Het personeel verricht werkzaamheden aan in Turkije gelegen containerschepen. In geschil is of belanghebbende recht heeft op aftrek van voorbelasting ter zake van het uitlenen van het personeel. De inspecteur is namelijk van mening dat belanghebbende geen recht op aftrek heeft, en heeft naheffingsaanslagen opgelegd. Hof Leeuwarden oordeelt dat belanghebbende geen recht heeft op aftrek van de voorbelasting. Het hof overweegt hierbij dat belanghebbende geen facturen of kopieën daarvan heeft overgelegd die betrekking hebben op de in geding zijnde voorbelasting. Het hof acht hierbij van belang dat belanghebbende ook niet heeft aangeboden om facturen of kopieën te overleggen. Volgens het hof had het op de weg van belanghebbende gelegen om zijn stellingen aannemelijk te maken, en aangezien belanghebbende alleen maar heeft gesteld dat de facturen zich in Turkije bevinden, zijn de naheffingsaanslagen volgens het hof terecht opgelegd. De aanslagen blijven in stand.
Inhoudsopgave van deze editie
Gerelateerde artikelen
Follow the Money: botoxklinieken dragen ten onrechte geen btw af
In Nederland geldt een belastingtarief van 21 procent voor cosmetische ingrepen. Veel klinieken beroepen zich vaak op een medische noodzaak voor de ingreep waardoor de btw ontweken kan worden. Follow the Money (FTM) onderzocht facturen van 14 klinieken en ontdekte dat er doorgaans geen btw werd verrekend, ook niet bij behandelingen die zijn uitgevoerd om puur cosmetische redenen, en dus belast met btw zouden moeten zijn.
Spiegelbeeld of lachspiegel?
Afgelopen voorjaar heeft de Staatssecretaris van Financiën met toepassing van de hardheidsclausule kwijtschelding verleend van overdrachtsbelasting over de verkrijging van de economische eigendom van een bouwterrein (zie V-N 2026/23.14). Deze verkrijging werd enkele maanden later gevolgd door de juridische levering, die aan BTW was onderworpen. Volgens de staatssecretaris was de samenloopvrijstelling niet van toepassing op ‘de econoom’, omdat op het tijdstip van de verkrijging geen sprake was van samenloop van overdrachtsbelasting en BTW.